Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

‘Zelfredzaamheid is een leeg begrip’

Op het fenomeen zelfredzaamheid lijkt nauwelijks kritiek te leveren, want wie wil er nou niet zelfredzaam zijn? Tijdens een debat op 24 maart in Rotterdam staken drie critici op moedige wijze hun hoofd boven het maaiveld uit. ‘Zelfredzaamheid van bovenaf opgedrongen: een wrange paradox.’
‘Zelfredzaamheid is een leeg begrip’

In de aula van Hogeschool Inholland bediscussiëren Richard de Brabander, Joop Berding en Anton van Genabeek een bijna onmogelijk te bekritiseren begrip. Terwijl verderop in het gebouw aankomende sociale professionals zich voorbereiden op een dynamisch werkveld na hun studie, stellen de drie critici een heikel punt aan de kaak. Ze doen dat ten overstaande van een uitpuilende zaal met beleidsmakers en beleidsuitvoerders van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).

 

Leegheid zelf invullen

Zelfredzaamheid staat aan de basis van de Wmo. Burgers moeten zichzelf kunnen redden, niet leunen op de overheid en meer zelf doen. In de overgang van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving is zelfredzaamheid een centraal begrip geworden. Vanzelfsprekend zelfs. Juist die vanzelfsprekendheid wil Richard de Brabander ter discussie stellen. Hij is filosoof, docent Sociaal Werk, onderzoeker en auteur van het boek ‘Wie wil er nou niet zelfredzaam zijn?,’ dat vandaag wordt gepresenteerd en leidend is in het debat.

 

De Brabander doet een poging zelfredzaamheid te ontrafelen en verbaast zich daarbij over de leegheid van het begrip. ‘Het is een containerbegrip, multi-interpretabel, dus moeten we het zelf

 invullen.’ De meest dominante interpretatie van zelfredzaamheid komt volgens De Brabander uit beleid. Die geven het beeld dat zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid de ingrediënten zijn om het leven te leiden dat iemand wil. ‘Dat ideaalbeeld is vervolgens de norm geworden waar alles tegen wordt afgemeten.’ Dat nu juist zelfredzaamheid van bovenaf wordt opgelegd is een wrange paradox vindt de Brabander. Het komt niet van de burger zelf en lijkt dus juist een volgzame in plaats van onafhankelijke houding van de burger te vragen.

 

Van de ongrijpbaarheid van één woord is de sprong naar het hele jargon snel gemaakt. De Brabander merkt op dat de taal van sociaal professionals typerend en ingewikkeld is. ‘Het is opvallend hoe makkelijk we taal eigen maken.’ Hij pleit voor een “nieuwe taal”: ‘Iedere situatie is uniek en er zou elke keer opnieuw naar woorden gezocht moeten worden.’ Hoewel hij zich bewust lijkt van de handigheid van die woordelijke ordening, vindt hij het simpelweg gebruiken van de woorden die nu voorhanden zijn, beperkend werken. De Brabander vindt de bewustwording van de sociale professional over het taalgebruik van groot belang. ‘De betekenis die we aan woorden geven, heeft direct invloed op de interactie tussen begeleider en cliënt.’

 

Beleid

Wat is zelfredzaamheid nu precies? Daarop heeft Anton van Genabeek afdelingsmanager Maatschappelijk Ontwikkeling bij de gemeente Alphen aan den Rijn, ook geen pasklaar antwoord. ‘Wij, als beleidsmakers houden het graag vaag. Iedereen haalt eruit wat hem prettig lijkt.’ Van die ruime interpretatie is in het werkveld nauwelijks iets merkbaar, klinkt er vanuit het publiek. Opbouwwerkers en maatschappelijk werkers worden verplicht om met de zelfredzaamheidsmatrix te werken. Dat is een instrument waarmee de mate van zelfredzaamheid van cliënten kan worden beoordeeld. Tot groot ongenoegen van de aanwezige sociale professionals, dat is duidelijk als zij luid applaudisserend met het betoog van de professional instemmen. Een van de beleidsmakers en ontwikkelaar van de zelfredzaamheidmatrix zit in de zaal en spreekt zich manhaftig uit tegenover een overgrote meerderheid van sociale professionals. ‘Bij gebrek aan een eenduidige werkwijze is hiervoor gekozen,’ verdedigt hij zich.

 

Door de focus op het gebruik van methoden zoals de zelfredzaamheidsmatrix, sneeuwt de aandacht voor de betekenis van zelfredzaamheid en de gevolgen voor de praktijk onder, vindt De Brabander. ‘Methodiek dient als methodische ondersteuning in het werkveld gebruik te worden en niet als verantwoordingsinstrument.’ De Brabander vindt de verantwoordingstrend doorgeslagen. ‘Probeer maar eens budget los te krijgen voor een cliënt als je de verkeerde termen gebruikt. Dan kun je het wel schudden.'

 

De onbevreesde sprekers hebben geenszins antwoorden gegeven op de vraag wat zelfredzaamheid is, maar juist meer vragen opgeroepen. De Brabander: ‘Het is niet mijn bedoeling om tegen zelfredzaamheid te zijn, maar de manier waarop je ernaar kijkt ter discussie te stellen.’

 

Simone van Iperen 

 

Het boek is hier te lezen.



Naar homepage



Relevante categorieën:

Wmo |