Volgens Van Doorn stelt die morele oordeelsvorming de jeugdzorg beter in staat aan de buitenwereld te verantwoorden waarom bepaalde beslissingen zijn genomen. De werkers staan dagelijks voor moeilijke dilemma’s als ze achter de voordeur komen bij hun cliënten, zei ze – ‘de dilemmadichtheid groeit zelfs’ door de toename van outreachende methodieken.
Hoog tijd om binnen de instelling meer aandacht te besteden aan morele oordeelsvorming, betoogde ze. Ze daagde ook en niet in de laatste plaats jeugdzorgmanagers, voor wie het accent in hun functie vaak ligt op het oplossen van personele problemen en daarvoor ‘technisch instrumentele oplossingen’ verzinnen, daartoe uit. Verleg je aandacht naar de kern van het vak, stelde Van Doorn met zoveel woorden.
Moresprudentie
Van Doorn noemde een aantal suggesties waarmee die morele oordeelsvorming tot stand kan komen binnen jeugdzorginstellingen. Besteed meer aandacht aan supervisie, intervisie, reflectie en laat door bijvoorbeeld socratische gespreksvoering de dilemma’s en de oordelen van werkers boven tafel komen. De reflectie op de morele dilemma’s kan daarmee leiden tot een ‘cultuur van consensusbuilding’ binnen een instelling en binnen de sector, hield ze haar gehoor voor. ‘Ontwikkel moresprudentie’, zei ze naar analogie van de jurisprudentie in de rechtspraak. ‘Verzamel veel voorkomende dilemma’s. Die kunnen een bodem leggen voor het ethisch handelen en morele ankerpunten bieden.’
Bedrijfsleven
Het bedrijfsleven kan de jeugdzorg en de sociale sector tot voorbeeld strekken, meent Van Doorn. ‘Daar worden op directieniveau standpunten ingenomen over hoe het bedrijf zich opstelt in morele kwesties. Neem mensenrechten of kinderarbeid. Bestuurders vertalen de standpunten van het bedrijf naar gedragscodes en regels voor medewerkers die normvervaging moeten voorkomen.’
Goud
Volgens van Doorn levert het verzamelen van de wijze waarop instellingen met de morele dilemma’s omgaan een schat aan informatie op waarmee hulpverlener ‘goud in handen hebben bij hun werk.’
Debat
Van Doorn was één van de drie sprekers tijdens het debat. Het vormde het sluitstuk van drie debatten die zijn georganiseerd door het ACK (Amsterdams Centrum voor Kinderstudies) in samenwerking met het CEG (Centrum voor Ethiek en Gezondheid en VU podium. Herman Baartman, emeritushoogleraar aan de Vrije Universiteit pleitte in zijn bijdrage voor meer ruimte voor een eigen oordeelsvorming en besluitvorming van jeugdzorgwerkers. Sjoukje Douma, werkzaam bij Spirit in Amsterdam, hekelde de heersende productiedwang voor werkers en het feit dat rapportages voor hen ‘van middel tot doel worden verheven door de eisen van de subsidiegever.’
Olaf Stomp









