Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Wat werkt nou echt?

Je hoort maatschappelijk werkers en andere hulpverleners nog wel eens zeggen dat het niet zo veel uitmaakt welke methode of interventie je gebruikt. Want het zijn toch vooral andere factoren die bepalen of hulp effectief is. Zeggen ze. Maar is dat ook zo? En welke factoren zijn dat dan?
Wat werkt nou echt?

In dit verband wordt vaak Michael Lambert aangehaald. Hij publiceerde begin jaren negentig een artikel over de resultaten van psychotherapie. Liefst 40 procent zou bepaald worden door factoren die niets met de therapie te maken hebben, zoals kenmerken van de cliënt en de omgeving. Verder kan 15 procent worden toegeschreven aan het placebo-effect, ofwel de hoop en verwachting die de cliënt koestert. Dat zou betekenen dat de uitkomst van hulp voor meer dan de helft afhangt van factoren waarop je als hulpverlener geen vat hebt.

 

Daarnaast kan volgens Lambert 30 procent van de uitkomst worden verklaard uit algemeen werkzame factoren en niet meer dan 15 procent uit de eigenlijke interventie of methodiek die wordt ingezet. Algemeen werkzame factoren zijn bijvoorbeeld dat er een goede relatie is tussen cliënt en behandelaar, dat de behandeling goed gestructureerd is, en dat deze goed aansluit bij de motivatie van de cliënt. Als deze verdeling klopt dan zou je zeggen dat het meer oplevert om te investeren in die algemeen werkzame factoren dan in het ontwikkelen van steeds weer nieuwe interventies.

 

Maar zo eenvoudig is het niet. Enkele van mijn collega’s hebben een paar jaar geleden de bevindingen van Lambert tegen het licht gehouden en zij hebben onderzocht wat algemene factoren en specifieke interventies betekenen voor de jeugdzorg. Zij ontdekten dat de percentages van Lambert schattingen zijn op basis van kwalitatief onderzoek dat in 1986 is gepubliceerd. Het zijn dus geen harde cijfers, ze betreffen een type hulp en bovendien zijn ze oud.

 

Maar hoe zit het dan wel? Ook na Lambert is er onderzoek gedaan naar de invloed van verschillende factoren op de uitkomst van hulp. Maar die zijn niet goed vergelijkbaar, onder meer doordat ze verschillende methoden en definities gebruiken.

 

In al die studies is er een grote rol weggelegd voor de algemeen werkzame factoren. Dat is ook niet zo gek. Je kunt je wel voorstellen dat hulp eerder effectief is wanneer cliënt en behandelaar goed met elkaar omgaan, bijvoorbeeld. Alle reden om die factoren te koesteren en weloverwogen in te zetten. Om te profiteren van deze factoren moet je ze systematisch gebruiken. Dat wil zeggen: volgens een plan of systeem en niet toevallig wanneer het zo uitkomt. Je gaat uit van het probleem en de cliënt waarmee je te maken hebt en je gaat op een overdachte manier te werk, gebaseerd op je kennis en ervaring. Op dat moment ben je al bezig om, al werkende, een methodiek te ontwikkelen.

 

Wat ik wil zeggen: algemeen werkzame factoren bestaan niet in het luchtledige. Ze komen het best tot hun recht wanneer ze planmatig worden ingezet binnen een methodiek of interventie. Sommige van deze factoren hebben ook direct betrekking op de methodiek. Een goed gestructureerde interventie, bijvoorbeeld, waarin doel en aanpak duidelijk beschreven zijn, draagt bij aan een betere uitkomst.

 

Om terug te komen op een discussie die lang is gevoerd, het gaat er niet om dat je alle kaarten moet zetten ofwel op algemeen werkzame methoden, ofwel op specifieke methodieken. Je kunt die niet los van elkaar zien. Het is geen kwestie van het een of het ander, maar van het een én het ander.

 

Gert van den Berg

 

Dit is de derde bijdrage uit een serie met nieuws over effectieve interventies.

 

Gert van den Berg werkt bij het Nederlands Jeugdinstituut, onder andere aan de Databank Effectieve Jeugdinterventies. E-mail: g.vandenberg@nji.nl



Naar homepage



Relevante categorieën: