Vakblad voor sociaal professionals
en het sociaal domein

Vaker zelfmoordpoging door Turkse en Surinaams-Hindoestaanse vrouwen

Turkse en Surinaams-Hindoestaanse jonge vrouwen doen vaker een zelfmoordpoging dan Nederlandse jonge vrouwen. Dat blijkt uit het proefschrift van Diana van Bergen waarop ze 25 juni promoveert aan de Vrije Universiteit.
Hoewel er eerder aanwijzingen bestonden dat ook jonge Marokkaanse vrouwen kwetsbaar zouden zijn voor zelfmoord, doen zij niet vaker een zelfmoordpoging dan Turkse en Surinaams-Hindoestaanse jonge vrouwen.

Achtergronden
Het onderzoek van Van Bergen legt ook de achtergronden van zelfmoordpogingen vast: het gebrek aan vrijheid om te beslissen over de eigen levensloop maakt jonge migrantenvrouwen kwetsbaar voor suïcidaal gedrag.

Levensverhalen
Uit enquêtegegevens, medische dossiers en vijftig interviews met zowel migrantenvrouwen als Nederlandse vrouwen die een zelfmoordpoging hebben gedaan, ontstaat een duidelijk beeld over de relatie tussen de zelfmoordpoging, de etnische afkomst en de migratieachtergrond. In de levensverhalen van migrantenvrouwen staat de strijd met de familie over essentiële keuzen ten aanzien van relatievorming en zelfontplooiing centraal. Van deze vrouwen wordt opoffering verlangd en dat zij hun reputatie en eer beschermen. Migratie blijkt verassend genoeg niet een erg grote rol te spelen. Wel wordt door migratie het beroep op meisjes om zorgtaken te vervullen versterkt, waardoor hun levensloopontwikkeling wordt bemoeilijkt.

Omgeving perkt individuen in
Een belangrijke verklaring voor zelfmoordpogingen van jonge vrouwen blijkt dus te liggen in de mate waarin de omgeving individuen inperkt. In sommige gevallen echter, is de verklaring juist te vinden in het gebrek aan verbondenheid met de omgeving. Nederlandse jonge vrouwen, maar ook een deel van de Surinaams-Hindoestaanse meisjes bleken juist een zelfmoordpoging te doen door het gemis aan betekenisvolle en hechte sociale relaties in hun familie.

Bron: Vrije Universiteit

(Juni 2009)


Naar homepage