Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Samenwerking ProRail en ggz voor terugdringing suïcide op spoor

ProRail werkt samen met ggz-instellingen met vestigingen in de buurt van het spoor om zelfdodingen te voorkomen.

Gemiddeld 185 keer per jaar vindt zelfdoding plaats op het spoor. Dat is 12 procent van het totaal aantal zelfdodingen in Nederland. Om dit aantal te verminderen, is spoorbeheerder ProRail een samenwerking gestart van 113 online, een hulpdienst voor suïcidale mensen. De spoorbeheerder plaatst op een tiental locaties in het land borden om mensen die gedachten over zelfdoding hebben, de mogelijkheid voor (anonieme) hulp te tonen. Dit blijkt uit het proefschrift van Cornelis van Houwelingen.

Psychiatrische problemen

Bij zelfdoding op het spoor is vaak sprake van ernstige psychiatrische problematiek, meestal van depressieve en psychotische stoornissen. Twee derde van de mensen die suïcide pleegt op het spoor is op dat moment in behandeling bij een psychiatrische instelling. Locaties langs het spoor met een verhoogd risico liggen in of bij grotere gemeenten en in de omgeving van psychiatrische instellingen. ProRail werkt samen met de ggz-instellingen met vestigingen in de buurt van het spoor om zelfdodingen te voorkomen.

Minder toegankelijk
ProRail heeft dit jaar al veertien risicolocaties langs het spoor minder toegankelijk gemaakt en er volgen er nog 43. Er worden hekwerken, camera’s en schriklichten geplaatst om de impuls tot het plegen van suïcide op het spoor te doorbreken.

Trauma’s
De gevolgen van suïcides op het spoor zijn groot. Er is veel menselijk leed en het openbare leven raakt erdoor verstoord. ProRail wil het aantal suïcides op het spoor verminderen, omdat het voor trauma’s zorgt voor rijdend personeel van vervoerders, reizigers en omstanders. Naast de maatschappelijke impact heeft zelfdoding op het spoor ook financiële impact. Na een suïcide op het spoor is het spoor gemiddeld 2,5 uur niet beschikbaar. Een zelfdoding kost de spoorsector zeventigduizend euro per incident.

Gezamenlijke bijdrage
Suïcide op het spoor is sterk afhankelijk van het nationale suïcidecijfer en de intensiviteit van het treinverkeer. De overheid, geestelijke gezondheidszorg en spoorsector moeten gezamenlijk een bijdrage leveren aan het verminderen van het aantal zelfdodingen op het spoor. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Studies into train suicide’ van Cornelis van Houwelingen in zijn proefschrift. Hij promoveerde hier 19 mei aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Hoge intensiviteit treinverkeer leidt tot minder ‘bedenktijd’
Omdat treinen op veel trajecten zeer frequent rijden, hebben mensen die zich van het leven willen benemen minder ‘bedenktijd’. Van Houwelingen stelt in zijn proefschrift dat de spoorbaan minder toegankelijk moet worden, waardoor de trein als middel voor zelfdoding vermindert.



Naar homepage



Relevante categorieën:

ggz |