Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Psychische klachten ouderen onvoldoende herkend

De psychosociale steun die veel oudere patiƫnten nodig hebben bij hun revalidatie, wordt in de praktijk nog onvoldoende herkend. Dit stelt Bianca Buijck, die op 8 mei als onderzoeker in het UMC St Radboud promoveert.
Psychische klachten ouderen onvoldoende herkend

 

Haar onderzoek werd mogelijk gemaakt door Stichting de Zorgboog in Bakel.
 
Bij haar onderzoek naar geriatrische revalidatie ontdekte Bianca Buijck, dat bij 70 procent de revalidatie in het verpleeghuis succesvol is. Dat wil zeggen dat de patiënt weer naar huis kan om daar, zo nodig met hulp en aanpassingen, de draad van het leven weer op te pakken.  
 
Psychische problemen
Buijck richtte haar aandacht vooral op de psychische toestand van de patiënten, tijdens de revalidatieperiode en daarna. Ze onderzocht psychische problemen zoals depressie, angst, slapeloosheid, gepieker, irritatie en dergelijke. Er bleken significante verschillen te zijn tussen enerzijds degenen die na de revalidatie weer naar huis konden en anderzijds degenen die na de revalidatie permanent in een verpleeghuis werden opgenomen.
 
Naar huis versus verpleeghuis
Degenen die naar huis konden, waren bij opname op de revalidatieafdeling psychisch gezonder dan degenen die na revalidatie moesten blijven wonen in een verpleeghuis. Tijdens de revalidatie namen de psychische problemen van degenen die naar huis konden af. De psychische problemen van de andere groep verergerden juist. Oorzaak en gevolg zijn niet goed te onderscheiden. Psychische problemen staan een succesvolle revalidatie in de weg. Aan de andere kant leidt een succesvolle revalidatie tot een verbetering van de psychische gezondheid.
 
Onderschat
‘De psychische problemen die tijdens de revalidatieperiode ontstaan worden onderschat,’ zegt Buijck. ’Een beroerte of een beenamputatie is een heel ingrijpende gebeurtenis. Tijdens de revalidatie begint het tot de patiënten door te dringen dat hun leven voorgoed veranderd is. Het zal niet meer zo worden als het was. Er zullen beperkingen zijn. Met dat besef moeten ze verder en dat valt voor de meeste mensen niet mee. Het is logisch dat een deel van de patiënten depressief en bang voor de toekomst wordt. Zorgverleners moeten leren om signalen van depressiviteit op te vangen. Zo nodig zou een vorm van psychotherapie deel moeten uitmaken van de revalidatie.’
Buijck onderzocht hoe patiënten met een beroerte op de revalidatieafdeling van een verpleeghuis hun dag doorbrengen. Patiënten met een lichte beroerte bleken meer bezig te zijn met therapeutische activiteiten dan degenen die ernstiger waren getroffen. ‘Eigenlijk klopt dat niet,’zegt Buijck. ‘Mensen met ernstige uitvalsverschijnselen hebben in feite meer therapeutische bezigheden nodig dan degenen met een lichtere aandoening.’
 
Gemiddeld hadden patiënten slechts tien procent van een werkdag interactie met een verpleegkundige of verzorgende, waarbij inbegrepen de hulp bij bijvoorbeeld wassen, aankleden en eten. ‘De patiënten krijgen alle voorgeschreven verpleegkundige en paramedische zorg, maar toch brengen ze de helft van de dag alleen door. Alle tijd om te piekeren en voor negatieve gevoelens,’ zegt Buijck.

Meer aandacht psychosociale kant
De belangrijkste conclusie van Buijck is, dat er tijdens de revalidatie van ouderen in het verpleeghuis meer aandacht moet zijn voor de psychosociale kant van het proces dat de patiënt doormaakt. Buijck: ‘Ook de mantelzorgers moeten hierbij betrokken worden. Want de psychische problemen beïnvloeden niet alleen de kwaliteit van leven van de patiënt na revalidatie, maar ook de belasting van de mantelzorger.’
 
Bron: Radboud Universiteit


Naar homepage



Relevante categorieën: