Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Pioniers in de jeugdzorg

Jan van der Ploeg behandelt in zijn nieuwe boek PIONIERS IN DE JEUGDZORG dertig denkers die elk op een eigen wijze hebben bijgedragen in de ontwikkeling van de jeugdzorg. Wie zijn zij?
Pioniers in de jeugdzorg

 

De jeugdzorg kent vele pioniers, te veel om in één boek onder te brengen. Daarom is er een keuze gemaakt op basis van diversiteit. Dat betekent dat in dit boek pioniers zijn opgenomen die meer en minder bekend zijn, meer en minder direct van invloed waren, meer en minder theoretisch hebben bijgedragen, meer en minder praktijkgericht waren. Zij hebben echter allen gemeen dat het originele denkers en doeners zijn, die de ontwikkeling van de jeugdzorg hebben gestimuleerd

In dit boek zijn bekende pioniers als Freud en Bowlby terug te vinden, maar ook minder in Nederland bekende wegbereidende wetenschappers zoals Hobbs en Slavson.

Verder zijn er denkers en doeners in dit boek opgenomen die heel direct van invloed waren op de ontwikkeling van de jeugdzorg zoals Aichhorn en Erikson, maar zijn ook denkers vermeld met meer indirecte invloed zoals Bandura en Lazarus.

Sommige van de wegbereiders hebben vooral hun verdiensten in de vormgeving van de jeugdzorg zoals Korckzak en Flanagan, terwijl anderen zoals Beck en Seligman vooral theoretisch hebben bijgedragen.

In het boek treffen we ook vernieuwers aan van vroeger zoals Redl en Healy, maar ook grensverleggers van nu zoals Yalom en Rutter.

Wie zijn deze dertig pioniers? Wie gaan er schuil gaan achter hun denkbeelden en hun pionierswerk? Hoe groeiden ze op? Hoe brachten zij hun jeugd door? Is dat mogelijk bepalend geweest voor hun later ontwikkelde ideeën?

Met het schetsen van de achtergronden van deze dertig denkers blijken er grote verschillen te bestaan.

Minuchin, Moreno, Rutter, Flanagan, Seligman en Beck groeiden op in een hecht gezin, maar er zijn ook pioniers die weinig warmte hebben meegemaakt tijdens hun opvoeding zoals Bettelheim, Freud en Lazarus.

Bij meerdere vernieuwers bleef het gezin waarin zij opgroeiden niet in tact. Zo overleed de vader van Korczak, Bettelheim, Wallerstein en Caplan vroegtijdig en heeft Erikson zijn vader nooit gekend. Verder verloor Redl zijn moeder kort na zijn geboorte en viel het gezin van Leary vroegtijdig uiteen door een scheiding.

Relatief veel van de pioniers groeiden op in gezinnen die leefden op de grens van de armoede, meermalen het gevolg van een economische crisis, zoals Bandura, Garmezy, Rotter en Aichhorn. Dat gold niet voor Bowlby en Hobbs, zij groeiden op in welstand.

Anders dan de grootheid van hun denkbeelden en werk doet vermoeden, brachten de meeste pioniers hun jeugd door in gezinnen bij ouders met heel weinig opleiding en waren zij dikwijls kinderen van immigranten zoals Bandura, Garmezy, Yalom en Slavson.

Opgroeien in hoogopgeleide en academische gevormde gezinnen was alleen weggelegd voor Bronfenbrenner, Rutter, Korczak en Nagy. De meeste in dit boek beschreven denkers en doeners kwamen uit gezinnen die niet direct de meest ideale opstap vormden voor een academische carrière. Evenals hun ouders hebben zij vaak op wilskracht hun weg moeten vinden.

  

In de Inleiding zijn de pioniers ondergebracht bij één van de volgende zes terreinen: residentiële jeugdzorg, ambulante zorg en preventie, gezinsinventies, groepstherapieën, concepten theorieën. Meerdere pioniers hebben op meerdere terreinen baanbrekend werk verricht. Voor de overzichtelijkheid zijn ze echter bij één van de genoemde zes categorieen ondergebracht. In de inleiding alsook in het boek zijn - buiten de dertig geselecteerde pioniers - ook andere innovatieve denkers en doeners genoemd, zoals uit het personenregister blijkt.

Over de gemaakte keuze voor deze dertig pioniers valt altijd te twisten. Er is gekozen voor verscheidenheid. Dat levert een divers beeld op van denkers, die echter allen vallen onder één en dezelfde noemer: pionier.

 

Meer informatie en bestellen via deze pagina.



Naar homepage