Vakblad voor sociaal professionals
en het sociaal domein

'Persoonlijkheidsstoornis borderline voor bijna de helft erfelijk'

Genetische aanleg speelt een rol bij mensen met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS).
Mensen met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) zijn impulsief, reageren extreem en hebben moeite met het onderhouden van relaties.Deze kenmerken variëren op een continuüm, van laag naar hoog. Genetische aanleg speelt een belangrijke rol in het verklaren van deze variatie. Dit geldt zowel voor zowel mannen als vrouwen. Genen in een regio op chromosoom 9 zijn mogelijk verantwoordelijk voor deze genetische variatie. Dit is de uitkomst van het onderzoek van Marijn Distel waarop zij 16 september aan de VU promoveert.

Verklaring
Distel zocht een verklaring voor verschillen op een continuüm van borderline persoonlijkheidskenmerken bij de algemene bevolking. Haar centrale vraag was of verschillen tussen mensen in borderline persoonlijkheidskenmerken verklaard kunnen worden door verschillen in erfelijke aanleg. Om deze vraag te beantwoorden deed zij een groot onderzoek onder tweelingfamilies uit Nederland, België en Australië. Meer dan 15.000 tweelingen en hun familieleden vulden een vragenlijst in over borderline persoonlijkheidskenmerken. De scores op deze vragenlijst lieten inderdaad een grote variatie van laag naar hoog zien. Genetische aanleg bleek een belangrijke rol te spelen in het verklaren van deze variatie. Genen in een regio op chromosoom 9 zijn mogelijk verantwoordelijk voor deze genetische variatie. Verder onderzoek moet uitwijzen welke genen dit precies zijn.

Ook omgevingsinvloeden
Naast genen spelen bij sommige mensen ook omgevingsinvloeden een rol. Distel onderzocht de rol van ernstige, stressvolle gebeurtenissen, zoals een geweldsmisdrijf, een scheiding of het verbreken van een relatie. Mensen die het slachtoffer zijn van een seksueel misdrijf lopen een bijzonder groot risico op BPS, bij hen spelen genetische factoren zelfs in mindere mate een rol dan bij mensen die deze traumatische gebeurtenis niet hebben meegemaakt.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen
(September 2009)


Naar homepage