Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Onderscheid familiedrama’s belangrijk voor preventie

Zelfdoding na doding, waarbij de dader eerst anderen, veelal de (ex)partner en/of kinderen, ombrengt en vervolgens de hand aan zichzelf slaat, zorgt voor veel maatschappelijke onrust.

Het aantal gevallen blijft evenwel tamelijk constant. Dit blijkt uit het proefschrift ‘Zelfdoding na doding. Een empirische analyse’ van criminologe Marieke Liem. Zij is 19 februari gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht.
 
Drama

Doding gevolgd door zelfdoding (‘doding-zelfdoding’) komt in Nederland jaarlijks ongeveer zeven keer voor. Vaak wordt dit type als ‘familiedrama’ geduid, hoewel, benadrukt Liem, elke dood in het gezin een drama vormt en daardoor beter de term ‘doding-zelfdoding’ kan worden gebruikt. De karakteristieken van doding-zelfdoding in Nederland komen min of meer overeen met bevindingen in andere landen. Zo zijn vrouwen en kinderen in doding-zelfdodingszaken de meest voorkomende slachtoffers, mannen de meest voorkomende daders. Bovendien wordt het merendeel van de dodingen gepleegd met een vuurwapen.
 
Drie typen
Liem onderscheidt in haar proefschrift drie typen doding-zelfdodingen. Daarmee voegt ze nieuwe inzichten, verkregen aan de hand van empirische vergelijkingen, toe aan de bestaande kennis. Bij de eerste groep zijn de zelfdodingen reactief, dat wil zeggen dat zij plaatsvinden als reactie op de eerder begane doding. Deze daders doden hun slachtoffers vanuit de overtuiging dat die debet zijn aan de situatie waarin zij verkeren. De zelfdoding volgt uit een gevoel van schuld, schaamte of de wens met het slachtoffer herenigd te worden. Bij de tweede groep neemt de dader zijn slachtoffer(s) ‘mee’ in de eigen dood, om zo de band met het slachtoffer voort te zetten. Uit Liems onderzoek komt bovendien een derde, niet eerder gedefinieerde groep naar voren, waarbij doding-zelfdoding door de dader als enige oplossing voor de bestaande problematiek wordt gezien.
 
Totale oplossing

Bij deze laatste groep kan de doding–zelfdoding door de dader volgens Liem worden verklaard vanuit een dwangmatige controle over de situatie en de wens tot behoud van de wederzijdse afhankelijkheid met de slachtoffers. Die factoren hangen nauw samen met een dreiging van verlies van de eigen identiteit, bijvoorbeeld als gevolg van een echtscheiding of werkeloosheid. Liem: ‘Door zijn wanhoopsdaad denkt de dader in deze derde groep een ‘totale oplossing’ voor zijn problemen te vinden. Hij gaat over tot de doding-zelfdoding uit de overtuiging dat er geen alternatieven zijn. In elk van de drie groepen speelt de afhankelijkheid tussen dader en slachtoffer een doorslaggevende rol: door de combinatie doding-zelfdoding hoopt de dader de relatie met het slachtoffer voort te kunnen zetten, zelfs ná de dood.’
 
Preventie

Dergelijke gevallen zijn helaas moeilijk te voorspellen en te voorkomen, laat het proefschrift van Marieke Liem zien. Door de private positie van het gezin kan psychosociale problematiek, die in elke groep een rol speelt, lang voortbestaan zonder opgemerkt te worden. Het onderscheiden van drie doding-zelfdodingstypen is evengoed van groot belang met het oog op preventie. Liem: ‘Zo dient men bij de eerste groep te anticiperen op mogelijke suïcidale reacties van diegenen die gearresteerd worden na het begaan van een doding. Hierbij moet gelet worden op de afhankelijkheidsrelatie tussen dader en slachtoffer en de hiermee gepaard gaande wens met het slachtoffer herenigd te worden. Bij de tweede groep moet men alert zijn op patiënten die reeds bekend zijn met suïcidale problematiek. Hierbij moet aandacht worden besteed aan de relatie van de patiënt met anderen, met name wanneer deze relatie afhankelijkheidstrekken vertoont.’

Bron: Universiteit Utrecht



Naar homepage



Relevante categorieën: