Vakblad voor sociaal professionals
en het sociaal domein

Nieuwe beroepscode sociaal agogen: op een haar na klaar

Nog geen definitieve versie van de beroepscode maar wel een bijeenkomst waar deelnemers betrokken discussieerden over het concept ervan en de casus die hen is voorgelegd. De code wordt nog één keer op een aantal punten bijgesteld en in het najaar vastgesteld.
Dat was het belangrijkste resultaat van het Phorza-symposium op 29 mei, in La Vie in Utrecht.

'Het lijkt de politiek wel'
Zo’n 45 deelnemers trok de bijeenkomst over de nieuwe Phorza-beroepscode. ‘Het lijkt de politiek wel’, grapte Phorza-voorzitter Hans van Nieukerke bij zijn openingstoespraak. ‘We tellen zo’n 200.000 sociale professionals en u beslist met een klein aantal over de code.’ Hij refereerde aan de totstandkoming van besluitvorming in het parlement waar 150 volksvertegenwoordigers ook maar een kleine representatie vormen van de Nederlandse bevolking.

Professionaliteit
Alvorens Jan Ebskamp, de conceptberoepscode toelichtte, hield Peter van der Laan een inleiding. Van der Laan is bijzonder hoogleraar Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar Reclassering aan de Vrij Universiteit Van der Laan ging vervolgens dieper in op de rol van de professional bij effectiviteit. Vier factoren liggen er überhaupt aan ten grondslag hield hij de zaal voor; methodiek, organisatie, cliëntfactoren, hulpverleningsfactoren. De hoogleraar stond stil bij de kenmerken van hulpverleners die bijdragen aan effectiviteit. Objectieve niet werkgebonden kenmerken (leeftijd, sekse, etniciteit), objectieve werkgebonden kenmerken (opleiding, ervaring), leveren geen eenduidige resultaten op. ‘Subjectieve en persoongebonden kenmerken (persoonlijkheid, gezag, zelfcontrole, positief zelfbeeld, zelfvertrouwen) ‘zijn de categorie kenmerken die er echt toe doen’, zei Van der Laan, zich baserend op onderzoek van Jack de Swart hierover.

Waarom A en niet B?
Peter van der Laan refereerde in zijn inleiding aan zijn betrokkenheid bij het doorlichten van de oude en de totstandkoming van een nieuwe beroepscode voor de beroepsvereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO). Hij bepleitte daarbij een bepaalde mate van handelingsvrijheid (‘discretionare ruimte’) voor de professional. ‘Een cruciaal aspect van de beroepscode en daarmee het handelen van de professional is niet zozeer dat waarom je voor beslissing A hebt gekozen in plaats van beslissing B. Het gaat erom dat je in staat bent om te beargumenteren waarom je voor A hebt gekozen.’

Brede code
Jan Ebskamp is voormalig docent beroepsethiek Hogeschool INHOLLAND en een van de mensen die in het verleden de beroepscode voor activiteitenbegeleiders heeft ontwikkeld. Ebskamp, nu betrokken bij de totstandkoming van de PHORZacode, lichtte de aanleiding van de herziening van de code toe: het samengaan van een aantal beroepsverenigingen in PHORZA. De code vertegenwoordigt nu een bredere beroepsgroep. ‘Hoe breder de code, hoe moeilijker herkenbaar’, lichtte hij het dilemma van de makers toe. Toch toonde hij zich trots. ‘Er staat helder in verwoord waar we als sociaal agogen voor staan.’ Ebskamp ging dieper in op de vijf kernwaarden: sociale betrokkenheid, inlevingsvermogen in de ervaringen van cliënten, assertiviteit in relatie met mensen, de sociaal agoog durft te staan voor zijn vak, de sociaal agoog is betrouwbaar.

Aanvullingen
De bespreking van de conceptcode en de discussie met de zaal leverden een aantal suggesties voor verbeteringen op. Tekstuele en meer fundamentele verbeteringen. Zo zou de functie woonbegeleiding meer concrete aandacht verdienen in de tekst. Ook zou voor een aantal artikelen in de code (met name rond vertrouwelijkheid) nog eens goed moeten worden bekeken wat de consequenties ervan zijn voor werkers die in een gedwongen kader werken (bijvoorbeeld justitiële jeugdzorg). Verder was er de vraag hoe de code zich verhoudt met die van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW). Omdat PHORZA ook open staat voor maatschappelijk werkers zou je daarmee naar buiten een dubbele, dus onduidelijke boodschap uitdragen, was de kritiek. Twee codes, hoe zit dat?

Definitieve versie
Met de aanvullingen en suggesties gaat een kleine werkgroep nog sleutelen aan de tekst. De bedoeling is dat een definitieve versie in het najaar kan worden gepresenteerd.

Casus
Na de pauze was het tijd voor zelfwerkzaamheid. Aan de hand van een interessante en intrigerende casus – gepresenteerd door Karel van Haaften, opgeleid als agoog en sinds een aantal jaren gespecialiseerd in filosofie en ethiek in de praktijk. Hij werd daarbij ondersteund door Carla Verkooyen, gezinsvoogd bij de William Schrikker Stichting. Onderwerp was de op negatieve gronden beëindigde OTS van een cliënt. Wat zijn de argumenten vóór en wat zijn de argumenten tegen die beëindiging, was de vraag waarmee de deelnemers aan het werk werden gezet. De casus leidde tot een levendige en boeiende discussie.

In het juninummer van SoziO staat een uitgebreid artikel over de vernieuwde beroepscode van PHORZA.

Olaf Stomp

(Juni 2009)


Naar homepage