Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

‘Meer scholing nodig voor omgaan met LHBT-jongeren’

De helft van de homo-, lesbo- en bi-jongeren denkt wel eens aan zelfmoord, blijkt uit onderzoek van het SCP. Zelfmoordpogingen komen vijf keer vaker bij deze jongeren voor dan bij hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. ‘Veel hulpverleners weten nog weinig over omgaan met LHBT’ers.'
‘Meer scholing nodig voor omgaan met LHBT-jongeren’

De hoge zelfmoordcijfers onder LHBT-jongeren (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender) waren aanleiding voor D66-kamerlid Pia Dijkstra om te pleiten voor extra maatregelen om suïcide onder homojongeren te voorkomen. Volgens Hanneke Felten zou betere scholing zo’n maatregel kunnen zijn. Zij is trainer en onderzoeker op onder andere het gebied van LHBT-jongeren en suïcide. ‘Aan het begin van een training hoor je professionals vaak zeggen: “Ik kom homoseksualiteit heel weinig tegen bij mijn cliënten.” Maar na afloop is dat omgedraaid. Dan zeggen ze: “Oh, misschien was die, die en die wel homoseksueel.”’

 

Daarom vindt Felten dat sociale opleidingen veel meer aandacht moeten geven aan omgaan met homoseksualiteit. ‘Hulpverleners zeggen vaak: “Maar dat is toch geen issue meer? De homo-emancipatie is toch voltooid, ze vertellen het me toch wel?” Maar voor jongeren blijft het altijd een issue.’ Marije, psycholoog bij 113Online, beaamt dat. ‘Voorlichting en training zijn belangrijk. We merken dat veel hulpverleners zitten te springen om meer kennis.’

 

‘Als hulpverlener stel je soms onbewust  automatisch vragen die gericht zijn op hetero’s. Bijvoorbeeld aan een jongen: “Heb je al een vriendin gehad?” Als je ervan uitgaat dat iemand hetero is, durft een jongere je niet meer tegen te spreken. Veel beter is om te vragen of iemand al een relatie heeft gehad’, zegt Felten. ‘Transgender-gevoelens lijken nog minder besproken te worden met jongeren; dit onderwerp is vaak nog onbekend terrein voor hulpverleners.’ Het is goed om te weten dat het voor een transgender een struikelblok is om op een formulier het geslacht aan te geven, staat in het boekje ‘Kijk jij al door een roze bril?’. Beter is om naar de aanspreektitel te vragen.


Bespreekbaar maken
‘Jongeren durven niet snel over homoseksualiteit te beginnen, omdat ze bang zijn dat hun ouders meteen worden ingelicht, dat ze uit de kast moeten komen, dat een hulpverlener het misschien niet oké vindt.’ Volgens Felten kan het belangrijk zijn om het onderwerp bespreekbaar te maken door open vragen stellen, zoals: ‘Goh, weet je al of je op jongens of meisjes valt?’ Felten: ‘Vaak zie je het wel aan het gezicht. Dan kun je zeggen: “Je kunt er altijd met mij over praten. Het maakt mij niet uit of iemand homo of hetero is.” De jongere weet dan dat je hem of haar accepteert zoals diegene is.’

Een coming-out wordt altijd als heel dramatisch gezien, weet Felten. ‘Maar dat kan meevallen en die angsten kunnen heel irrationeel zijn. Bij het gros reageert de omgeving goed, al zijn er ook ouders, vaak uit de meer traditionele gezinnen, waarbij dreigend wordt gereageerd. Als een jongere bang is om uit de kast te komen, vraag dan door om te ontdekken wat voor ouders hij of zij heeft. Zijn ze bijvoorbeeld heel traditioneel of helemaal niet? Dan weet je wat je kunt verwachten en of de angsten terecht zijn of niet.’

Plak geen etiket op een jongere als die dat zelf niet doet, is een tip van de factsheet ‘Kwetsbare LHBT-jongeren op school’. Noem iemand dus niet homo of lesbisch als diegene dat woord zelf niet in de mond neemt. Bij seksuele voorlichting op scholen moet ook ruimte zijn voor homoseksualiteit, zodat een jongere niet het gevoel krijgt dat hij of zij buiten de boot valt. Een andere tip is om in te grijpen wanneer het woord ‘homo’ als scheldwoord wordt gebruikt. Zelfs als het niet tegen een homoseksuele jongere is gericht, wordt die er wel weer mee geconfronteerd dat hij of zij anders is.

 

Ontmoeting
Verschillende onderzoeken laten zien dat LHBT-jongeren die lotgenoten ontmoeten, minder last hebben van depressie en minder vaak aan zelfmoord denken. Ze kunnen zichzelf zijn en ervaringen delen. Het boekje ‘Niet alleen anders’ pleit daarom voor het stimuleren van ontmoetingen. ‘Als hulpverlener ben je de aangewezen persoon om een jongere hierbij te ondersteunen. Help hem of haar bij het opzetten van activiteiten’, zo staat er in het boekje te lezen.

Er zijn meerdere initiatieven ontstaan om LHBT-jongeren te helpen. De website www.iedereenisanders.nl geeft veel informatie over onder andere omgaan met pesten, het ontmoeten van andere jongeren en ervaringsverhalen. Hier kun je een LHBT-jongere naar verwijzen. Daarnaast organiseert stichting PANN bijvoorbeeld feesten en Stichting Outway vakantiekampen en maatjesprojecten.
 

Wil je weten hoe je zelfmoordgedachten bij (homo)jongeren herkent en ermee om moet gaan? Klik dan hier.


Lees ook:
'Hulpverleners herkennen genderproblematiek vaak niet'

Islamitische LHBT'ers kunnen soms beter in de kast blijven

Christelijke LHBT'ers moeten mening wijde omgeving loslaten



Naar homepage


Kirsten Ronda,