Van oudsher wordt een hoge bevolkingsdichtheid geassocieerd met het meer vóórkomen van maatschappelijke en psychosociale problematiek. Zo is in het verleden ook aangetoond dat stadsbewoners in meer gevallen lijden aan psychische problemen dan plattelandsbewoners. Peen onderzocht in zijn proefschrift hoe in Nederland, en in de Westerse wereld in het algemeen, de huidige verhoudingen liggen tussen stad en platteland in het vóórkomen van psychische problemen.
Welvarende buurten
In een internationale overzichtsstudie toonde hij in zijn proefschrift aan dat er in de Westerse wereld bij de stadsbevolking 38% meer psychische problemen voorkomen dan bij de plattelandsbewoners. Het corrigeren van verschillen in de bevolkingssamenstelling leidde slechts tot een beperkte verlaging van dit verschil.
Ook onderzocht Peen of er verband is tussen de mate van sociaal-economische achterstand van Amsterdamse buurten en het vóórkomen van psychiatrische opnamen. Uit achterstandsbuurten werden beduidend meer mensen in de GGZ opgenomen dan uit welvarende buurten.
Verbeteren
Peen bediscussieert of en hoe de stedelijke omgeving psychische problemen zou veroorzaken en of buurtverbetering de geestelijke gezondheid van inwoners zou kunnen verbeteren. Tot slot bespreekt hij of de huidige verdeling van GGZ-middelen in overeenstemming is met de bevindingen in zijn proefschrift.
Bron: Vrije Universiteit
(Juni 2009)









