Patricia Bokhorst (25) is een van de vijftien studenten die vorig jaar is gestart met de tweejarige master. Ze werkt al sociotherapeut bij De Bascule, een instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam. ‘De opleiding biedt mij de mogelijkheid tot verdieping in mijn werk.’ Bokhorst heeft een zorgvuldige afweging gemaakt bij de keuze voor de master Jeugdzorg. ‘Een managementopleiding wilde ik niet gaan doen, dan raak je verder af van de inhoud.’ Een studie orthopedagogiek en de master Social Work vielen ook af. ‘Bij Social Work heb je te maken met bijvoorbeeld volwassenenpsychiatrie en verslavingszorg. Ik weet zeker dat ik met jeugdigen wil blijven werken.’

Helicopterview
Ook voor Wendy Tazelaar (40) was verdieping het sleutelwoord bij de keuze voor de master Jeugdzorg. Ze werkt sinds 2000 als gezinsvoogd bij Bureau Jeugdzorg Haaglanden en zag de afgelopen jaren een boel veranderen in de werkwijze. Ze heeft zich geschoold in de Deltamethode (die uitgaat van een meer planmatige en transparante manier van werken) en beschouwt de master als een prima vervolg op wat ze de laatste jaren heeft bijgeleerd. Zowel Patricia als Wendy zijn vol lof over de kwaliteit van het eerste jaar van de master. Wendy: ‘Je leert op een andere manier kijken. We zijn allemaal aan het begin van het jaar ingestapt als praktijkmensen, we bekeken ons werk vooral op uitvoeringsniveau. De docenten hebben ons een helicopterview bijgebracht. Je tilt de beschouwing over vraagstukken uit je werk naar een hoger plan.’
Kleinschaligheid
De kleinschaligheid van de master en het maatwerk dat daardoor mogelijk is, zijn volgens Wendy een belangrijke succesfactor. ‘Misschien dat het volgend jaar anders wordt, nu de studie wordt bekostigd, maar de kleine groep die we hebben is een pré. We leren ook veel van elkaars werkpraktijk, die heel divers is.’
Onderzoek
Onderzoek (leren) doen vormt een belangrijk bestanddeel van de master. Patricia heeft in haar eerste jaar onderzoek gedaan naar een arbeidstraining van het UWV in Amsterdam aan mensen met een licht verstandelijke beperking en een delinquent verleden. ‘De bedoeling is dat ze worden toegeleid naar werk en voorkomen van recidive.’ Het onderzoek is nog gaande. Wendy betrok haar kleinschalige, kwalitatieve onderzoek op de vraag: hoe beleven meiden de gesloten jeugdzorg?
Link met eigen werk
Zowel Wendy als Patricia leggen met elementen uit het curriculum van de master de link met hun eigen werkpraktijk. Patricia: ‘Coaching is aan de orde gekomen en dat gebeurt in het tweede jaar weer. Ik heb een aantal jonge collega’s, het verloop is bovendien groot dus met coaching kan ik zeker zaken terugkoppelen naar de werkvloer. Ook de aandacht voor recht is haar het afgelopen jaar al van pas gekomen. Bijvoorbeeld bij een zaak waarbij een kind meegenomen is naar het buitenland door een van de ouders. De juridische kennis die ze tijdens het eerste jaar van de master heeft opgedaan, zijn dan welkome bagage. ‘Ik weet nu dat het dan gaat draait om vragen als “hoe staat het met het gezag, is er een gedeeld gezag?”
Olaf Stomp, augustus 2009.









