Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

‘Leer nou eens met je cliënt praten over seksualiteit’

‘Mensen met een verstandelijke beperking worden niet voldoende ondersteund in hun seksuele ontwikkeling.’ Die alarmerende uitspraak klonk op 3 april op het congres seksueel misbruik. ‘Het gaat teveel over onze eigen normen, daar moeten we vanaf stappen.’
‘Leer nou eens met je cliënt praten over seksualiteit’

Medilex organiseert het congres in de verscholen Gertrudiskapel in Utrecht. De kapel biedt zicht op een bijzonder interieur, waarbij de plafondschilderingen van heiligen in het oog springen. Onder hun toeziend oog wordt het precaire onderwerp vandaag besproken.

 

Vraag er eens naar

De sprekers pleiten voor een goede seksuele ondersteuning voor mensen met een verstandelijke beperking. ‘Anders weet je zeker dat het mis gaat,’ vindt GZ-psycholoog Marianne Heestermans.

‘Als mensen met een verstandelijke beperking seksuele voorlichting krijgen is het vaak al te laat,’ stelt ze. Heestermans is gespecialiseerd in het begeleiden van misbruikte cliënten en werkzaam bij  Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. ‘Achteraf voorlichten is geen oplossing. Het misbruik heeft dan al plaatsgevonden. Slachtoffers moeten dan vaak op cursus, alsof het misbruik hun schuld is, omdat ze er te weinig vanaf wisten.’ Ook voor plegers met een beperking heeft achteraf voorlichten geen juiste uitwerking: ’die gaan gewoon door.’

 

‘Op tijd beginnen,’ is het credo vandaag. ‘Goede seksuele ondersteuning helpt misbruik te voorkomen,’ vindt seksuologe Pauline van Doorn. ‘Mensen met een beperking hebben dezelfde seksuele behoeften als ieder ander mens. Vraag ze er eens naar, dat gebeurt nog veel te weinig.’ Van Doorn stelt voor om aan de cliënt te vragen: ‘Heb je ondersteuning nodig bij je seksualiteit?’ Ze pleit voor het bespreekbaar maken van seksualiteit: ’Je krijgt een betere/ diepere relatie met de cliënt, die ook ingang biedt om te praten over andere moeilijke thema’s.’

 

Afstappen van eigen normen

Heestermans is dagvoorzitter en maakt gedurende de dag van de gelegenheid gebruik om pakkende onderwerpen aan te snijden: ‘Seksualiteit kan een mooie weg naar intimiteitsbeleving zijn, maar het is een mijnenveld waarin onze cliënten terechtkomen, dat komt omdat wij het niet goed doen.’ Wat er volgens haar vooral misgaat, is dat begeleiders hun cliënten bejegenen volgens hun eigen norm. ‘De manier waarop de begeleider seksualiteit beleeft en wat die normaal vindt, moet dan voor de cliënt ook normaal zijn.’ Iedereen denkt anders over seksualiteit en Heestermans vindt dat begeleiders daarin niet beperkend mogen zijn. ‘Het gaat teveel over onze eigen normen, daar moeten we vanaf stappen.’

 

Naast de juiste ondersteuning vindt Heestermans de houding van de begeleider van groot belang. Vooral in de ogenblikken vlak nadat het seksueel misbruik aan het licht is gekomen. ‘De begeleider mag zich best wat meer bescheiden opstellen, stelt ze. De congresganger die de blik naar boven in de kapel laat afdwalen ziet daar de zin:  ‘Soli deo honor et gloria’ staan, dat ‘Glorie aan God alleen’ betekent en in het verleden mensen tot bescheidenheid opriep. Nu doet Heestermans dat: ’Blijf altijd denken: ik was er niet bij, dus ik weet niet wat er is gebeurd.’ Veel begeleiders interpreteren signalen van cliënten onjuist: ‘De fout tussen: “ik zag een piemel” of “ik zag zijn piemel” is snel gemaakt. Schrijf daarom letterlijk op wat de cliënt heeft gezegd. We moeten af van de interpretatie, dan zijn we al een eind op weg.’

 

Niet op eigen houtje

Henriette van der Aa is orthopedagoog, gz-psycholoog en voorzitter van het Meldpunt Vermoedens van Seksueel Misbruik. Ze vindt dat begeleiders altijd een melding moeten maken, ook als de cliënt of diens ouders gevraagd hebben het niet verder te vertellen. ‘Transparantie is in ieders belang, zo kan er expertise ingeschakeld worden.’ Van der Aa spreekt van het belang om de juiste stappen te volgen. ‘Ga na de onthulling niet doorvragen, voor je het weet heb je de cliënt met een suggestieve vraag een verkeerde kant op gestuurd.’ Ze haalt het voorbeeld aan uit de film Jagten waarin een psycholoog suggestieve vragen stelt aan een meisje en daardoor een kleuterleider beschuldigt. ‘Ga na de onthulling niet gelijk naar de beschuldigde cliënt of medewerker toe om die kant van het verhaal te horen, aldus Van der Aa. ‘Handel nooit alleen, stel sporen veilig en laat een lichamelijk onderzoek doen.’

 

Dat onderzoek ligt volgens Heestermans nadrukkelijk bij de politie: ‘Wij moeten het misbruik stoppen, de waarheidsvinding is voor de politie.’ Vaak blijken zedendelicten slecht bewezen te kunnen worden. ‘Je houdt er meestal twee partijen aan over. De ene gelooft wel in schuld, de ander niet. Die kunnen niet geloven dat hun man/ collega/ cliënt zoiets doet.’ Teamruzies of splijting in families, Heestermans heeft het al vaak voorbij zien komen. ‘Als er niks bewezen is, blijf dan alert op verdeelde kampen.’

 

Houvast

Veel van wat de begeleider moet doen in een geval van seksueel misbruik, staat beschreven in protocollen. ‘Instellingen hebben die protocollen maar handelen er vaak niet naar. Dat komt omdat die slecht geïmplementeerd zijn,’ aldus Heestermans. ‘Protocollen dienen als houvast en moeten daarom levend gehouden worden.’ ‘Maar,’ vervolgt ze: ‘Je hoeft het niet alleen te doen.’ Daarmee sluit Heestermans aan bij het pleidooi van Van der Aa: ‘Het is niet zo ingewikkeld, bel 112 in acute situaties of maak een melding waarbij expertise wordt ingeschakeld.’

 

Tot slot vult de kapel zich met geroezemoes bij de laatste tips voor de aanwezige orthopedagogen, reclasseringswerkers en persoonlijk begeleiders: ‘Empower de cliënten, bescherm ze waar nodig en vraag naar hun seksuele beleving en verlangens. Leer om te praten over seksualiteit op een integere wijze, maar niet versluierend.’ Heestermans vervolgt door het belang van signaleren van seksueel misbruik te benadrukken. En besluit met het geven van een waardige opdracht: ‘Je moet slachtoffers niet pamperen, dan blijven ze in hun slachtofferrol. Zet slachtoffers in hun kracht, ze zijn niet zielig maar moeten weer grip krijgen op het bestaan, daar zijn hulpverleners voor.’

 

Simone van Iperen

 

Op het congres spraken: Marianne Heestermans, gz-psycholoog gespecialiseerd in misbruik en verstandelijke beperking bij Praktijk Oogpunt, lid Landelijke Expertgroep Bijzondere Zedenzaken bij de KLPD, Paulien van Doorn, seksuoloog bij Lunet zorg, Kim van den Boogaard, promovendus bij Dichterbij/Tranzo, Jan Willem van den Berg, psychotherapeut en gezondheidspsycholoog bij Van der Hoeven Kliniek,  Henriëtte van der Aa, orthopedagoog, gz-psycholoog en voorzitter van het Meldpunt Vermoedens van Seksueel Misbruik, Reinaerde

 

 



Naar homepage