Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Kind met angststoornis evalueert enge dingen negatiever

Kinderen met een angststoornis staken sneller hun bezigheden dan kinderen zonder angstproblemen wanneer ze geconfronteerd worden met enge dingen.

Die conclusie trekt Leentje Vervoort in haar onderzoek waarop ze 23 september promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Snel schrikken
Iedereen kent wel kinderen met een angstig temperament: kinderen die snel schrikken, moeilijk te troosten zijn, of verlegen en teruggetrokken zijn. De meesten van die kinderen groeien daar uit. Anderen blijven angstig en bang. Sommigen krijgen zelfs last van echte angststoornissen, die hen hinderen in hun dagelijks leven. Leentje Vervoort onderzocht het verband tussen een angstig temperament en angststoornissen. Ze deed dat door te kijken naar de manier waarop kinderen met en zonder angstproblemen omgaan met informatie uit de buitenwereld.

Angstproblemen aanpakken
Daarnaast vond ze dat kinderen met een angststoornis enge dingen beduidend negatiever evalueren dan kinderen zonder angststoornissen De laatste groep vindt enge dingen niet negatiever dan gewoon negatieve dingen. Ten slotte keek Vervoort hoe de aandacht voor enge dingen verschilt tussen kinderen met en zonder angstproblemen. Hoewel vaak gedacht wordt dat temperament iets is wat we niet kunnen veranderen, lijkt het er toch op dat kinderen met een angstig temperament ‘beschermd' kunnen worden tegen angstproblemen door de manier waarop kinderen omgaan met informatie uit de buitenwereld aan te pakken.

Mw. L.Vervoort/ Psychologie
The Behavioral Inhibition System in childhood and adolescent Anxiety. An analysis from the information processing perspective

Bron: Rijksuniversiteit Groningen



Naar homepage



Relevante categorieën: