Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Jongerenwerker: presentwerken in de praktijk

Er was eigenlijk geen speciale opleiding tot jongerenwerker. Nu wel. ‘Een van de vaardigheden die ik jongerenwerkers leer, is het goed uitleggen van hun functie’, zegt opleider Frank van Strijen. ‘Bij sommige deelnemers heeft dat zelfs geleid tot een fulltime aanstelling in tijden van bezuinigingen.’
Jongerenwerker: presentwerken in de praktijk

‘Jongerenwerk kan van plek tot plek verschillen’, legt Frank van Strijen uit, deskundige op het gebied van jongerenwerk. ‘Er is niet één speciale opleiding voor. Deze diversiteit kan het voor een jongerenwerker lastig maken zijn beroep te duiden. Ook is de intuïtie waarmee hij zijn werk vaak doet, niet altijd eenvoudig onder woorden te brengen. Logisch misschien, maar dit maakt het voor de buitenwereld wel lastig te begrijpen wie de jongerenwerker nu precies is en wat hij doet.’ Volgen Van Strijen is zo’n jongerenwerker goed in de uitvoering, maar niet altijd capabel in de overdracht aan bijvoorbeeld een stagiaire of opvolger.

 

Ook een organisatie of de gemeente weet daarom niet zo goed wat die aan een jongerenwerker heeft. ‘Met deze opleiding wil ik bijdragen aan identiteitsversterking van het jongerenwerk’, zegt Van Strijen. ‘We horen wel eens van oud-deelnemers dat dit heeft geleid tot situaties waarin ze beleid rondom jeugd mede vorm mochten geven. Of dat er bijvoorbeeld opeens ruimte was voor een fulltime aanstelling in tijden van bezuinigingen. Natuurlijk heeft diegene dat vooral zelf heel goed gedaan, maar deelnemers kunnen na deze opleiding wel zaken effectief onder woorden brengen waarvan ze eerst niet goed wisten hoe.’

 

Belang jongerenwerker
Wanneer is iemand eigenlijk een goede jongerenwerker? Die vraag is niet altijd eenvoudig te beantwoorden, zegt Van Strijen. ‘Beschikbaarheid is essentieel. Veel professionals die actief zijn rondom jeugd, moeten hun aanbod in een vrij gekaderde setting realiseren. Gebonden aan tijd en locatie moeten jongeren vaak de beweging naar hen toe maken. Het aanbod is zo gestructureerd dat niet alle jongeren dat doen.' Volgens Van Strijen is Jongerenwerker de beroepsgroep bij uitstek die presentie in de praktijk kan beoefenen. 'Jongerenwerkers hebben niet een speciale aanleiding of doelstelling nodig om aansluiting bij jeugd te zoeken. Deze laagdrempeligheid sluit goed op jongeren aan. Met name dat deel van de doelgroep dat een sterk wantrouwende houding heeft ten opzichte van de maatschappij of “het systeem”.' 

 

'Deze unieke gelegenheid is lastig te duiden. Want hoe ‘verkoop’ je dat er veel effectiviteit zit in doelloze aansluiting bij jongeren?' gaat Van Strijen verder. 'Tegelijkertijd is het wel deze vorm van aansluiting die jongerenwerkers uiteindelijk de ruimte geeft om jongeren echt te begeleiden in hun ontwikkeling naar volwassenheid. Helaas weet niet elke jongerenwerker deze ruimte volledig te benutten. Vandaar deze opleiding.' 

 

Van doorverwijzen naar duurzaam verbinden

'Veel jongerenwerkers krijgen nu de opdracht om te monitoren en door te verwijzen', zegt Van Strijen. 'Een onmogelijke opdracht die totaal niet de mogelijkheden van het jongerenwerk benut. Daarnaast laten jongeren zich niet zomaar doorverwijzen. Zeker niet in het geval van multiproblematiek, waar de toch bureaucratische cultuur in onze maatschappij niet op is ingericht. Het wellicht niet terechte, maar voor jongeren zeer reële wantrouwen richting systemen en organisaties speelt daar uiteraard geen positieve rol in.' 

 

Een jongerenwerker moet daarom ook niet doorverwijzen, maar duurzaam verbinden, vindt Van Strijen. Niet aan andere organisaties, maar aan andere personen binnen die organisaties. 'Dit vraagt echter wel netwerkvaardigheden en de bekwaamheid om met allerlei spanningen en belangen in ingewikkelde krachtvelden om te kunnen gaan. Veel te lang hebben wij jongerenwerkers alleen maar getypeerd als mensen van de praktijk die zich uitsluitend bezig houden met activiteiten met jeugd. Dat is jammer, want een goed opgeleide jongerenwerker is meer dan capabel om naast de uitvoering met het netwerk actief te zijn. Alleen zo kan hij werken aan een duurzame verbinding tussen de jongere en de rest van de maatschappij.'

 

Nieuw vuur

‘Wij doceren niet één specifieke methodiek die voor alles werkt', vertelt Van Strijen. ‘Wij werken samen met de deelnemers aan het creëren van een visie waarop diverse methodieken gestoeld kunnen worden. De opleiding is niet eenrichtingsverkeer, maar juist sterk interactief van opzet. De deelnemers leren hierbij niet alleen van de docent, maar juist ook van elkaar.' Van Strijen vindt het vooral prachtig dat mensen overal vandaan komen. 'En er zijn niet alleen jongerenwerkers, maar ook docenten, agenten en mensen van het UWV. We zijn allemaal met dezelfde vraag bezig: Wat is nu echt effectief in het werken met en rondom jeugd? Zo vertelde een jongerenwerker een keer dat hij moeite had met een agent in zijn wijk. Een andere agent die aanwezig was, vertelde toen aan de jongerenwerker hoe die daar het beste mee om kon gaan.'


Er is geen onderzoek naar de effectiviteit van Jongerenwerk Nieuwe Stijl, zoals de opleiding heet die op 10 oktober en nog een keer op 10 maart van start gaat in Utrecht. ‘Maar ik krijg wel mailtjes van oud-deelnemers over hoe het verder met hen is gegaan. Bijvoorbeeld bezuinigingen die van de baan zijn doordat ze hun werk beter kunnen uitleggen, beleidsveranderende rollen die ze toebedeeld krijgen of dat ze leidend zijn geworden in de transitie.'

 

‘Wat ik ook vaak hoor, is dat deelnemers zeggen: ik ben weer enthousiast over mijn werk, ik heb weer energie.’ Van Strijen ziet regelmatig dat jongerenwerkers moe worden van alle bureaucratische uitdagingen die het werk met zich meebrengt. 'Een nieuwe visie op jongerenwerk betekent vaak ook een hernieuwde drive om hiermee om te gaan. Kortom: een opleiding die kennis en kunde vermeerdert, maar vooral ook inspireert.'



Naar homepage



Relevante categorieën: