Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

‘Jeugdzorgprofessional in de kou’

De jeugdzorgprofessional krijgt binnen zijn of haar organisatie te weinig steun van het management en staat daardoor in de kou.
Jeugdzorgbestuurders en beroepsverenigingen moeten erop aansturen dat ze daarin verandering gaan brengen.

Dat zei Afra Groen, bestuurslid van de beroepsvereniging Phorza. Ze deed dit tijdens een invitational conference op donderdag 29 januari in Utrecht. De bijeenkomst is georganiseerd door Virtuoos organisatieadviseurs en interim managers en K+V interim management
en management search in samenwerking met uitgeverij SWP.
 
Vertrouwen in de jeugdzorg
De bijeenkomst had als thema “Vertrouwen in de jeugdzorg”, naar het gelijknamige boek van Wiel Janssen, voormalige bestuurder van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). Informatie over het boek
 
Vuist maken
Groen ging in haar inleiding in op de politieke besluitvorming in de jeugdzorgsector. De bestuurders van de organisaties weten daarin, net als de beroepsverenigingen nog onvoldoende een vuist te maken bij het mee bepalen van het beleid, concludeert ze. Het gevolg is dat jeugzorgwerkers in de kou staan.
Groen: ‘Jeugdzorgwerkers ervaren onvoldoende zeggenschap over de beleidsontwikkelingen waarmee men geconfronteerd wordt. De beroepsverenigingen zijn te weinig speler in het maatschappelijke debat en participeren hierin onvoldoende. De betrokken partijen die de afgelopen jaren hun agenda hebben ingebracht in het jeugdzorgdebat hebben de werkelijkheid en de belangen van de professional onvoldoende vertegenwoordigd. Volgens Groen zouden bestuurders tegen financiers moeten durven zeggen dat meer productie ten koste gaat van de kwaliteit van het werk. Dat dit niet is gebeurd heeft volgens haar mede geleid tot onvrede en verlies van motivatie en beroepstrots.

Deskundigheidsbevordering
Volgens Groen zijn zaken als bureaucratie en het op de toch staan van deskundigheidsbevordering reële bedreigingen voor de jeugdzorg. ‘Ik heb toch echt oudere jeugdzorgwerkers horen zeggen dat in hun organisatie zij nauwelijks een beroep kunnen doen op het budget deskundigheidsbevordering. Op incidenten wordt gereageerd met nog meer regels. En voor de ethische dilemma’s in het werk is weinig tijd en aandacht. Kortom de professional staat met enige regelmaat in de kou en heeft daar verdomd weinig over te zeggen.’
 
Groen ging ook in op de geringe beroepstrots en lage status van de jeugdzorgprofessional en referreerde daarbij aan het boek van Wiel Janssen. ‘Willen we daar wat aan doen als beroepsvereniging? Ja graag, maar we moeten ons wel realiseren dat we van ver moeten komen, dat wanneer we de noodzaak onderschrijven van aandacht voor de professionals, we daar ook in moeten willen investeren, en de professionals, lees de beroepsverenigingen daarvoor de tijd en mogelijkheden moeten geven.’
 
Andere sprekers
Ook Hans Kamps, voorzitter van de MO Groep jeugdzorg en kroonlid van de SER en Paul Nota, hoofd onderwijs en jeugdzorg van het NJi (Nederlands Jeugdzorg instituut) hielden een inleiding. Kamps ging onder meer in op het verschil in status tussen de professional in de gezondheidszorg en die van de professional in de jeugdzorg. In de gezondheidszorg worden fouten – ‘er vallen 4.000 doden door menselijke fouten in de gezondheidszorg’ – geaccepteerd en in de jeugdzorg niet. ‘Er heerst kennelijk een heilig aureool rond een man of een vrouw in een witte jas.’ Misschien is dat wel de verklaring van de constatering van Wiel Janssen dat de professional in de gezondheidszorg centraal staat en in de jeugdzorg niet.’
 
Eerstelijnsvoorzieningen
Kamps ging in op een aantal constateringen in uit Janssens boek. Een daarvan – dat de eerstelijnsvoorzieningen niet op zijn taak is berekend. ‘Een opmerkelijke constatering vind Kamps omdat uit onderzoek van de GGD Nederland blijkt dat de GGD 95% van de kinderen in Nederland ziet. ‘Daarnaast heb je het schoolmaatschappelijk netwerk en de Centra voor Jeugd en Gezin en de woningcorporaties en het onderwijs. We hebben heel veel voorzieningen. Maar kennelijk is dat nog geen netwerk geworden waar niemand uit kan ontsnappen, om het negatief te formuleren. We hebben alles wel, maar we zetten het niet goed genoeg in, in de eerstelijn.’
 
Op de fiets
Paul Nota ziet geen heil in politiek-bestuurlijke oplossingen voor inhoudelijke problemen in de jeugdzorg. ‘We voeren de discussie over een betere samenhang tussen bijvoorbeeld de jeugdhulpverlening en de jeugd-ggz al sinds 1970…’
Hij hield de Centra voor Jeugd en Gezin en de professionals die er werken voor om vooral outreachend te werken in plaats van bureaucratisch. Dus: geen openingstijden tussen 10 en 12 uur ’s ochtends waarbij cliënten niet weggaan met een antwoord op hun vraag en de oplossing van hun probleem maar een afspraak voor een intakegesprek. Openingstijden ’s avonds en hulpverleners eropaf, op de fiets naar de cliënt, is Nota’s devies. ‘Zelf handelen!’ was zijn advies aan de vertegenwoordigers van de eerstelijn.
 
Meer bijeenkomsten
De organisatoren zijn van plan meer van dit soort bijeenkomsten te richten. Daarbij richten ze zich vooral op de directies van de provinciaal en door Justitie gefinancierde jeugdzorg, de branche zelf en de daarbij betrokken bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijken.


Naar homepage


Olaf Stomp,

Relevante categorieën:

SPH |