Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

‘Jeugdzorg loopt fikse risico’s op nieuwe versnippering’

Probleemgezinnen kunnen de dupe worden van de transitie in de jeugdzorg. Dat stelt Tom van Yperen in zijn inaugurele rede als bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen.
‘Jeugdzorg loopt fikse risico’s op nieuwe versnippering’

Van Yperen wil het duidelijk gezegd hebben: er is zeer bruikbare kennis aanwezig binnen de jeugdzorg en ook vindt er al jaren veel innovatie plaats. ‘Wat nu echter ontbreekt, op het moment dat de decentralisering van de jeugdzorg nadert, is een overkoepelend systeem waarmee gemeenten geleverde prestaties en een doelgerichte inzet van de beschikbare expertise en ervaring uit de afgelopen decennia kunnen monitoren. Het verder ontwikkelen van expertise om de jeugdzorg steeds effectiever te maken, kan er gemakkelijk bij in schieten als gemeenten straks verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de jeugd.’

 

Wijkteams en intensieve zorg
De voorbereiding van de decentralisatie is in volle gang. ‘Veel gemeenten werken nu aan de opbouw van wijkteams, een soort eerstelijn, waar jeugdigen en opvoeders met lichte problemen snel en doeltreffend worden geholpen. Dat is heel goed, maar daarmee ben je er nog niet. Er zal altijd intensievere zorg nodig blijven. Gemeenten zullen nu snel moeten aangeven wat voor intensieve zorg ze straks denken nodig te hebben en welke kwaliteitseisen ze daaraan stellen’, aldus de hoogleraar.

 

Risico’s
Dat laatste bergt een risico in zich, stelt Van Yperen. Zo is het de vraag of alle gemeenten wel beseffen wat er nu precies op hen afkomt. Het gevaar bestaat dat de verschillende onderdelen van de jeugdzorg – de eerste lijn én de gespecialiseerde zorg - niet overal dezelfde aandacht zullen krijgen. ‘Ik ben eerder gevraagd mee te denken over de ontwikkeling van wijkteams in twee steden. Er werd daar geworsteld met de aanpak van gezinnen die meervoudige problematiek hebben. Men ging er volstrekt aan voorbij dat de gespecialiseerde jeugdzorg daar inmiddels goede methoden voor heeft. Bij gezinnen met meervoudige problemen kunnen de gevolgen dramatisch zijn, als we het vermogen verliezen om de bestaande succesvolle werkwijzen toe te passen, wanneer dat nodig is.’

 

Vanaf 2015 is het aan de gemeenten om mee te doen aan het in stand houden en uitbreiden van collectief beschikbare kennis. ‘Maar zijn ze daartoe bereid? Gaan de gemeenten ieder voor zich weer het wiel opnieuw uitvinden of zoeken ze de aansluiting bij de state of the art en helpen ze die met een gezamenlijk kennisbeleid door te ontwikkelen? Als ze de weg inslaan van ‘ieder voor zich’ dan veroorzaken ze een nieuwe versnippering. Ik moet er niet aan denken.’

 

Meet- en verbeterbeweging
Monitoren van resultaten en inzetten van beschikbare kennis om de prestaties te verbeteren, kan straks gemakkelijk achterwege blijven, vreest Van Yperen. ‘Als we de collectief beschikbare kennis loslaten bij deze operatie dan zijn we verkeerd bezig. We moeten gaan doen wat we weten.’

 

Het is daarom zaak om gemeenten betrokken te houden bij wat Van Yperen een ‘meet- en verbeterbeweging’ noemt. ‘De huidige jeugdzorg voert een systematiek in die bij elke cliënt vastlegt wat de resultaten van de zorg zijn. Bestaande kennis is beschikbaar gemaakt in hulpverleningsmethoden en professionele richtlijnen. Door de resultaten voortdurend te meten en te verbeteren met behulp van die methoden en richtlijnen, maken we de jeugdzorg steeds effectiever. Als programmacoördinator Effectieve Jeugdzorg van het Nederlands Jeugdinstituut werk ik er hard aan om dit onderwerp op de agenda te houden, zowel landelijk als op gemeentelijk niveau.’

 

Lees hier de volledige inaugurele rede van Tom van Yperen

 

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

 



Naar homepage



Relevante categorieën: