Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Hoop een huis geven: de rol van de gezinsvoogd in gezinshuizen ten tijde van corona

Met het project ‘Hoop een huis geven’ willen vier hogescholen ( Zuyd Hogeschool, Christelijke hogeschool Ede, Windesheim en Hogeschool Leiden) meer zicht krijgen op de profielen van de kinderen die in de gezinshuizen wonen. Tevens zoeken de onderzoekers naar de succes- en mogelijke risicofactoren van gezinshuizen. Tijdens de eerste lockdownperiode is aan 149 gezinshuisouders gevraagd hoe het met hen en met de kinderen ging. Ook vroegen onderzoekers naar de ervaren steun en van wie die kwam.

Onderzoek

De gezinshuisouders hebben twee gevalideerde vragenlijsten gekregen, de WHO-lijst m.b.t. welbevinden en de AMC-RES-vragenlijst m.b.t. veerkracht. De term ‘gezinshuis’ is relatief nieuw. Het is een kleinschalige opvang voor kinderen die om allerlei redenen niet bij de biologische ouders kunnen wonen. Als het goed gaat, is dit een stabiele, langdurige opvang en kunnen de kinderen/jongeren daarna de stap naar de eigen zelfstandigheid zetten. In de gezinshuizen heeft in ieder geval een van de gezinshuisouders een Hogere Beroepsopleiding op sociaal-pedagogisch of zorginhoudelijk gebied. Sommige zorgaanbieders gaan ook akkoord met een opleiding op mbo-niveau 4. Verder is er vaak een groot netwerk met formele en informele betrokkenen. Volgens de meest recente telling van kennisplatform Gezinsinspiratieplein waren er in 2018 in Nederland 937 gezinshuizen. Uit internationaal onderzoek blijkt, wat het gezonde verstand al vermoedt, dat de kinderen het in een kleine setting met vertrouwde volwassenen rondom veel beter hebben dan in een grote residentiële instelling. De kwaliteit van hun leven en daarmee de kansen voor hun toekomst nemen aanzienlijk toe.

Bestel de nieuwe Sozio in print (op=op) via Uitgeverij SWP of in PDF via Sociaaldigitaal.nl. Hier kun je ook een artikel (naar keuze) los bestellen of word abonnee!



Naar homepage