Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Haal radicaliserende jongeren uit isolement

Hulpverleners, ouders en leraren moeten de discussie aangaan met radicaliserende jongeren.

Daarmee wordt een sterker isolement van hen voorkomen. Die aanbeveling doen onderzoekers van de Universiteit Utrecht.

De pedagogen Micha de Winter en Stijn Sieckelinck en criminoloog Marion van San deden in opdracht van FORUM, instituut voor multiculturele vraagstukken, onderzoek naar radicaliserende jongeren. Anders dan veel onderzoek naar dit onderwerp – dat vanuit juridisch, criminologisch, sociaal-psychologisch perspectief start, hebben de onderzoekers een pedagogisch uitgangspunt betracht. Daarmee voor ouders, leerkrachten en hulpverleners aanknopingspunten biedend voor een preventieve aanpak.

Kritisch burgerschap
Die pedagogische invalshoek is van belang, stellen de onderzoekers in hun voorlopige conclusie (het betreft een voorstudie). ‘Om zowel in het gezin als op school als op internet adequaat te kunnen reageren op radicalisering, is het belangrijk om het fenomeen in de eerste plaats pedagogisch te beschouwen. Radicaliserende jongeren kunnen worden beschouwd tegen de achtergrond van het gegeven dat de vorming van idealen een noodzakelijk onderdeel uitmaakt van de sociale identiteitsontwikkeling en kritisch burgerschap.’ De onderzoekers bevelen ouders, leerkrachten en hulpverleners aan om ruimte te geven aan die ontwikkeling en er tegelijkertijd voor te zorgen ‘dat de identiteit zich in een maatschappelijk constructieve richting ontwikkelt.’

Isolement
In de praktijk komt het voor, zo stellen de onderzoekers, dat de jongeren juist sterk in het isolement worden gedrongen doordat de omgeving ze links laat liggen. Dat is geen constructieve reactie, menen Van San, Sieckelinck en De Winter. Leraren gaan de discussie vaak niet aan met leerlingen met extreme denkbeelden en negeren ze door ze in de hoek te zetten of te schorsen. Radicaliserende jongeren willen volgens de onderzoekers niets liever: het legitimeert hun gedrag. Als ze zich in een hoek gedrukt voelen zullen de jongeren zich sneller afkeren van school en hun toevlucht nemen tot internet, om daar ’onder elkaar’ verder te radicaliseren.

Twee delen
Het onderzoek bestaat uit een literatuuronderzoek en een praktijkgedeelte. Het praktijkgedeelte bestaat uit de neerslag van vijf casussen. Daarin worden vijf jongeren, ieder met een eigen radicaal ideaal beschreven. Hun idealen bestrijken een groot deel van het politiek-ideologisch spectrum; twee nationaal-socialisten, een moslimradicaal, een dierenactivist en een anarchist. Behalve de jongeren zelf, wordt ook hun omgeving (familie) geïnterviewd.

Voor meer informatie klik hier.

 



Naar homepage


De Redactie,

Relevante categorieën: