Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Sociale vaardigheidstrainingen voor agressief gedrag onrendabel

Sociale vaardigheidstrainingen om agressief gedrag van kinderen te verminderen, hebben lang niet altijd resultaat.

Dit blijkt uit het promotieonderzoek van orthopedagoge Marieke Visser aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij deed onderzoek naar sociale vaardigheidstrainingen in het Cluster 4 onderwijs. Het gebrekkige resultaat komt doordat scholen de training soms niet goed kunnen doorvoeren. Maar ook omdat het effect van de training teniet wordt gedaan door groepsprocessen in de klas. De training houdt ook geen rekening met het feit dat de motieven voor agressief gedrag bij kinderen nogal verschillen.

Leerkrachten hebben moeite met aanpak agressief gedrag
In het onderwijs wordt veel gebruikgemaakt van sociale vaardigheidstrainingen, omdat een toenemend aantal leerkrachten in het (speciaal) onderwijs moeite heeft met de aanpak van kinderen met agressief gedrag. Bij een sociale vaardigheidstraining werkt een speciale trainer met de kinderen aan het verbeteren van hun gedrag.

Geen vermindering agressief gedrag
Visser onderzocht bij 74 kinderen in het Cluster 4 onderwijs de effecten van de agressiereductietraining TRAffic 8-12. Kinderen die vanwege hun gedragshandicap of psychiatrische problemen een structurele beperking in hun onderwijsparticipatie ondervinden, gaan naar scholen die vallen onder Cluster 4. De resultaten uit dit onderzoek waren echter teleurstellend. ‘Op basis van vragenlijstonderzoek bij leerkrachten en ouders blijkt deelname aan deze training niet tot een vermindering te leiden van het agressieve gedrag van de kinderen’,  aldus Visser.

Cruciale rol leerkrachten
Visser onderzocht de redenen van dit gebrekkige rendement. Uit het onderzoek blijkt dat de training zelf zorgvuldig is ontwikkeld, maar de uitvoering ervan niet optimaal is. Trainers hebben moeite met het hanteren van het gedrag van de kinderen in de trainingsgroepen. En leerkrachten zijn onvoldoende betrokken bij de training. Daardoor is, buiten de training om, te weinig aandacht voor wat de kinderen geleerd hebben, terwijl deze kinderen eigenlijk permanent ondersteund moeten worden, stelt de promovendus. ‘Er moet meer aandacht komen voor het vervolg na afronding van een sociale vaardigheidstraining, waarbij de leerkrachten een cruciale rol spelen.’

Verschillende motieven
Daarnaast verschillen de motieven voor agressief bij kinderen. De onderzochte training houdt daar geen rekening mee, concludeert Visser. ‘De veronderstelling dat al die kinderen dezelfde motieven hebben voor hun agressie klopt niet. Er zijn kinderen die bang zijn voor andere kinderen en uit zelfverdediging agressief reageren, maar er zijn ook kinderen die het leuk vinden om te pesten. Ook kunnen kinderen impulsief reageren als ze overmand worden door emoties. De training sluit onvoldoende aan op al die verschillen.’

Invloed klas
Uit het onderzoek blijkt dat ook de klas een grote invloed kan hebben op de ontwikkeling van het gedrag van het individuele kind. ‘Kinderen die van het Cluster 4 onderwijs naar het regulier onderwijs gingen, bleken uit zichzelf al minder agressief te worden. Niet dat er nu meer kinderen naar het reguliere onderwijs zouden moeten, maar het geeft wel aan hoezeer de context van de klas een rol speelt bij de ontwikkeling van agressie. Als je gedrag van individuele kinderen wilt aanpakken, moet je dus met de hele klas aan het werk’, concludeert Visser.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen
 



Naar homepage



Relevante categorieën: