Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Competentieprofiel voor opbouwwerkers

Door de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de toename van integrale wijkontwikkeling zijn de rol en positie van het opbouwwerk veranderd.

MOVISIE schreef een competentieprofiel opbouwwerker. Het profiel is 3 november gepresenteerd.

Opdracht
Het profiel is geschreven in opdracht van de Beroepsvereniging Opbouwwerkers Nederland (BON), de brancheorganisatie MOgroep en Verdiwel (
de Vereniging van Directeuren van lokale Welzijnsorganisaties).
Het document is geschreven door Fenny Gerrits en Paul Vlaar, beiden werkzaam als senior-beleidsadviseur bij MOVISIE.

Breed gedragen behoefte
De publicatie van het competentieprofiel komt tegemoet aan een breed gedragen behoefte: bij de vakbonden leefde al langer de wens tot de totstandkoming ervan. Vanuit werkgeversorganisaties en gemeenten kwam het signaal dat er een nieuwe vraag is naar opbouwwerk. Die behoeften en signalen vloeien voort uit ontwikkelingen van de laatste jaren, waaronder de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar door de Wmo en de toename van integrale wijkontwikkeling, zijn de rol en positie van het opbouwwerk sterk veranderd.

Niet meer de enige
Daarnaast is de opbouwwerker al lang niet meer de enige die zich inspant voor samenlevingsopbouw in de wijk. Dat gebeurt ook door professionals vanuit de woningcorporaties, de politie en gemeentelijke voorzieningen. Specifiek voor de opbouwwerker is dat hij de verbindende schakel vormt tussen partijen die zich inzetten om leefklimaat, voorzieningenniveau en sociale samenhang te versterken. En met de invoering van de Wmo is het belang van de inzet van actieve burgers, mantelzorgers en vrijwilligers steeds groter geworden.  

Sociaal makelaar of opbouwwerker
Is de term opbouwwerker nog wel eigentijds? Sommige gemeenten zoals Utrecht gebruiken de term sociaal makelaar. Paul Vlaar: ‘We hebben bewust voor de term opbouwwerker gekozen omdat deze de lading van de inhoud van het werk het meest dekt.’ Een andere naam dan opbouwwerker is wel even aan de orde geweest. Vanwege het imago dat er voor sommigen aan kleeft. Vlaar: ‘Je kunt het imago versterken door een nieuwe naam, maar je kunt het ook versterken door met dezelfde naam de functie weer sterker inhoud te geven.’

Nieuwe standaard
In het competentieprofiel staat omschreven welke taken opbouwwerkers uitvoeren, binnen welke spanningsvelden zij opereren en wat hun competenties zijn. Het profiel is vanaf nu de standaard voor het opbouwwerk. Het wordt gebruikt om de professionaliteit op peil te brengen en te houden. De branche Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening van de MOgroep en de vakbond ABVAKABO FNV hebben het Competentieprofiel Opbouwwerk gelegitimeerd. De beroepsvereniging Opbouwwerkers Nederland en Verdiwel hebben de inhoud ook goedgekeurd.

Aansluiting onderwijs
‘Een competentieprofiel heeft twee functies’, aldus Vlaar. ‘Het is gericht op de bestaande beroepsgroep én op de aankomende beroepsgroep.’ Het profiel voor de opbouwwerker wordt dus ook gebruikt om met het beroepsonderwijs – de verschillende sociaal agogisch opleidingen, waaronder vooral de opleiding CMV (Cultureel Maatschappelijke Vorming) – ‘het gesprek aan te gaan over de noodzaak van goed opgeleide opbouwwerkers’. Hoe hogescholen het profiel precies gaan vertalen naar het curriculum, is aan hen, aldus Vlaar. ‘Het profiel vormt in elk geval een mooie grondslag.’

 Klik hier om het profiel te downloaden of te bestellen.

 

 



Naar homepage


Olaf Stomp,

Relevante categorieën: