
Conclusies en aanbevelingen
De onderzoekers concluderen dat de codes op algemeen en abstract beroepsethisch niveau sterke overeenkomst vertonen. Vanwege die ‘basale overeenkomst’ ziet de commissie dan ook geen reden om de codes op één of andere manier samen te voegen. ‘Fundamentele beroepsethische waarden zoals de waarborg van de vertrouwensrelatie tussen professional en cliëntsysteem worden via de diverse codes evenzeer beschermd.’
Specifieker niveau
Op een specifieker niveau zijn er wel relevante verschillen aan te geven tussen de vier beroepscodes. In de naar verhouding langere NIP- en NVO-code wordt volgens de commissie meer recht gedaan aan de complexiteit in cliëntrelaties in de jeugdzorg. (complexe relaties tussen meervoudige professionals enerzijds en een cliëntsysteem waarin ook verschillende partijen (ouders en bijvoorbeeld minderjarige kinderen) in verhouding staan tot elkaar. ‘Bij de ontwikkeling van de Phorza-code is al lering getrokken uit de vergelijking met de NIP- en NVO-code. De NVMW-code heeft naar verhouding het minst oog voor de complexiteit van de professionele relatie in de jeugdzorg, met name wat betreft de cliëntzijde (minderjarigheid, asymmetrische relatie binnen cliëntsysteem. Bij de herziening van de NVMW-code die op dit moment gaande is zal (daarom) expliciet aandacht aan dit punt gegeven worden.’
Aanhangsel
De commissie beveelt de beroepsverenigingen aan een ‘sectorspecifiek aanhangsel bij de uiteenlopende codes te bieden waarin geëxpliciteerd wordt hoe de regels en richtlijnen uit de codes zich verhouden tot het morele landschap van de jeugdzorg’. Op die manier kan het evenwicht gevonden worden tussen enerzijds beroepsgerelateerde ethische codes en anderzijds voldoende aansluiting bij sectorgerelateerde ethische kwesties en complexiteit van het morele landschap. Morele kwaliteit kan daardoor nauw verbonden blijven met beroepsmatige kwaliteit (kennis, vaardigheden, competenties) en tegelijk kunnen de generieke (beroepsspecifieke) codes, op basis van het aanhangsel, adequaat sectorspecifiek toegepast worden. Een pakket van codes en aanhangsel kan zo effectief oriëntatie, motivatie en inspiratie bieden aan psychologen, pedagogen, sociaal-agogen en maatschappelijk werkers die in de jeugdzorg actief zijn.
Redactie (november 2009)









