Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Buurtbewoners toleranter voor overlastveroorzaker met andere culturele achtergrond

Buurtbewoners zijn toleranter voor overlastveroorzakers met een andere culturele achtergrond.

Elze Ufkes deed onderzoek naar het ontstaan van buurtconflicten en de beste manier om dergelijke ruzies te voorkomen. Hij promoveert 6 januari 2010 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Kookluchtjes
Culturele diversiteit in een wijk is een belangrijke voorspeller van overlast. ‘Juist daarom zou je verwachten dat deze conflicten over culturele zaken gaan. Denk aan het stereotype van een geit in de tuin of kookluchtjes.’ Uit interviews en cijfers blijkt echter dat de sociale conflicten vooral ontstaan door dagelijkse ergernissen. ‘Geluidsoverlast, tuintjes die niet goed worden bijgehouden, de galerij in een flat die niet wordt onderhouden. Dezelfde ergernissen als in elke wijk dus.’

Zwarte schaapeffect
Voor het onderzoek nam Ufkes meerdere enquêtes af onder de bewoners van vijf aandachtswijken in Arnhem. Op de vraag in welke mate bewoners zich ergeren, geven autochtone bewoners aan zich meer te ergeren als het gaat om overlast veroorzaakt door de Nederlanders in de buurt. Ufkes verklaart dit met het zwarte schaapeffect. ‘Als iemand van de eigen groep rotzooi trapt, straalt dat negatief af op jou. Ook de verwachtingen zijn vaak anders. Mensen hebben een hogere verwachting van mensen met dezelfde culturele achtergrond. Als er vervolgens toch iets negatiefs gebeurt, is dat een extra grote teleurstelling.’

Sneller hoogoplopend conflict door vooroordelen
Ufkes onderzoeksresultaten laten ook zien dat vooroordelen ervoor kunnen zorgen dat het conflict sneller hoog oploopt als de overlastveroorzaker uit een andere culturele groep komt. Door negatieve vooroordelen – het denken in stereotypen – zijn mensen minder geneigd constructief te reageren. Ufkes: ‘Het gaat niet om grote culturele conflicten. Wel worden veel ergernissen door een vooroordeelbril waargenomen.’

Wijkbarbecues
In Nederland wordt veel geld geïnvesteerd in projecten en interventies die gericht zijn op het verbeteren van de relaties tussen wijkbewoners. Denk aan wijkbarbecues en –feesten, projecten waarbij buurtbewoners bij elkaar op de koffie worden uitgenodigd en buurtbemiddelingsprojecten. Over dit soort interventies wordt vaak lacherig gedaan. Toch spelen ze een belangrijke rol in het voorkomen van problemen in een buurt, stelt Ufkes.

Twee interventietypes
Op conflictgedrag kun je op verschillende manieren reageren, zegt Ufkes. Hij onderscheidt twee interventietypes. Type één is gericht op het probleem: wat kun je inzetten als er een conflict is. Type twee richt zich op het verminderen van vooroordelen in cultureel diverse wijken. Zo nemen ook de sociale ergernissen af. De buurtbarbecues vallen in de tweede categorie. Volgens hem worden ze echter wel vaak op een verkeerd moment ingezet. ‘Daardoor wordt het wel heel makkelijk om te zeggen dat zo’n project niet werkt.’

Gedeelde wijkidentiteit
Een sterk gedeelde wijkidentiteit kan de beeldvorming tussen groepen in cultureel diverse wijken verbeteren. Dit draagt bij aan een grote tolerantie tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Daarmee kunnen burenconflicten wel degelijk worden voorkomen. Door vooroordelen over elkaar weg te nemen, voorkom je dat alledaagse conflicten uitgroeien. ‘Een jaarlijks wijkfestival kan zo’n wijkidentiteit wel degelijk versterken. Al heeft het geen zin zo’n middel in te zetten als er al hoogoplopende conflicten zijn.’

Buurtbemiddeling werkt
Wat wel goed blijkt te werken bij burenconflicten is buurtbemiddeling. Daarbij worden vrijwilligers opgeleid als bemiddelaar en ingezet bij conflicten waar bewoners zelf niet meer uitkomen. Ufkes: ‘Ze bemoeien zich niet met de oplossing, maar zorgen wel dat beide partijen met elkaar in gesprek gaan.’ Uit een evaluatie in Arnhem blijkt dit goed te werken. ‘Conflicten waarin door buurtbemiddeling wordt bemiddeld, zijn een maand later vaak opgelost. Daarbij is de relatie tussen de buren vaak ook verbeterd. Ook op de langere termijn.’

Luisterend oor
Het beste resultaat wordt daarbij behaald bij de conflictpartij die het meeste conflict ervaart. Zelfs alleen een luisterend oor werkt in sommige gevallen, merkt Ufkes. ‘Erkenning en emotionele steun helpen al enorm. Ook al blijkt dat de overlast daarna niet per se is afgenomen, de relationele situatie is wel degelijk verbeterd’. In de praktijk betekent dit vooral dat woningcorporaties goed na moeten denken wat ze willen bereiken met een interventie. ‘Timing is heel belangrijk. Organiseer geen buurtbarbecue als er al hoogoplopende conflicten zijn. En erken eventuele problemen. Als een buurtbewoner belt met een klacht kun je aan de telefoon al erkennen dat het een vervelende situatie is. Bewoners op die manier coachen kan al een eerste vorm van interventie zijn.’

 Bron: Rijksuniversiteit Groningen



Naar homepage



Relevante categorieën: