Vakbladvoor sociale professionals
en het sociale domein

Autistische trekken gelinkt aan dwangmatig internetgebruik

Hoe meer autistische trekken iemand vertoont, hoe groter de kans dat hij of zij internet op een dwangmatige manier gebruikt.
Autistische trekken gelinkt aan dwangmatig internetgebruik

Dat blijkt uit onderzoek van Catrin Finkenauer van de Vrije Universiteit. Zij heeft dit verband nu voor het eerst wetenschappelijk aangetoond. Dwangmatig internetgebruik kan een negatieve invloed hebben op iemands welzijn, en op het onderhouden van relaties.

 Finkenauer publiceert de onderzoeksresultaten vandaag in het Journal of Autism and Developmental Disorders. Het multidisciplinaire onderzoek kwam tot stand dankzij samenwerking met de communicatiewetenschappers Monique Pollmann en Peter Kerkhof, en psycholoog Sander Begeer.

 

Vragenlijst
Finkenauer legde aan zo’n tweehonderd getrouwde stellen een vragenlijst voor die zowel hun frequentie van internetgebruik mat als de mate waarin dat internetgebruik compulsief is. Internetgebruik wordt compulsief als de gebruiker niet meer in staat is zijn of haar online activiteit in de hand te houden.

 

Stellingen
Aan de hand van achttien stellingen, zoals ‘Nummerborden en andere reeksen met informatie trekken mijn aandacht’ en ‘Ik doe dingen graag altijd weer op dezelfde manier’ stelde Finkenauer daarnaast de mate van autistische eigenschappen bij de respondenten vast. Personen die hierop hoog scoorden, bleken vaker internet op een dwangmatige manier te gebruiken dan personen die weinig tot geen autistische eigenschappen vertoonden. Ze zaten niet zozeer meer uren op internet, maar de aard van het internetgebruik was bij de personen met meer autistische trekken wel vaker problematisch. Voorbeelden van compulsief internetgebruik zijn: blijven internetten terwijl het je bedoeling was ermee te stoppen, internetgebruik dat resulteert in conflicten met anderen en onrust wanneer het onmogelijk is het net op te gaan.

 

Verschil tussen man en vrouw
Een jaar later kregen de respondenten nogmaals dezelfde vragenlijsten voorgelegd, om verschillen door de tijd heen te kunnen meten. Mannen scoorden op beide momenten hoger dan vrouwen op dwangmatig internetgedrag. Vrouwen met autistische trekken die een jaar eerder nog weinig compulsief internetgebruik vertoonden, vertoonden een jaar later ineens een hoger niveau daarvan. ‘Mogelijk werken autistische trekken vooral bij beginnend compulsief internetgedrag als stimulerende factor,’ geeft Finkenauer als verklaring hiervoor. ‘Zodra de mate van dwangmatig internetgedrag een bepaald niveau overstijgt, kan het zijn dat die trekken geen belangrijke rol meer spelen.’

 

Niet alleen maar positief
Tot nu toe werd aangenomen dat internetgebruik vooral een positieve uitwerking heeft op personen met autistische eigenschappen. Het stelt hen in de gelegenheid om in een veilige en gestructureerde omgeving zonder veel afleiding met anderen te communiceren. Finkenauer waarschuwt dat het belangrijk is om het internetgebruik van personen met veel autistische eigenschappen te monitoren om te voorkomen dat het gebruik hun contact met de offline wereld schaadt. Vervolgonderzoek is volgens haar noodzakelijk om de precieze aard van het verband vast te stellen. ‘We zijn bijvoorbeeld benieuwd of het voor de relatie tussen compulsief internetgebruik en autistische eigenschappen uitmaakt wat voor type activiteiten mensen op het internet ondernemen,’ aldus Finkenauer. Ook is ze geïnteresseerd in hoeverre personen bij wie de diagnose autisme is vastgesteld het internet op een compulsieve manier gebruiken. De psychologe ontving een Vidi-financiering van NWO om haar onderzoek uit te voeren.

 

 Bron: Vrije Universiteit



Naar homepage



Relevante categorieën: