Vakblad voor sociaal professionals
en het sociaal domein

‘Hulpverleningswens handicap voor jeugdhulpverleners’

De neiging tot hulpvaardigheid is grootste handicap van hulpverleners. Dat beweert adviseur Peter Vonk. Hij ontwikkelde een online test om de geschiktheid van hulpverleners te kunnen bepalen.
Het verloop van medewerkers in de jeugdhulpverlening ligt op ongeveer 25 procent, ver boven het landelijk gemiddelde dat tussen 10 en 15 procent ligt. Geen harde cijfers overigens, zegt adviseur Peter Vonk en directeur van het test vonkcompetentieexpertise. Hij baseert de schatting van het verloop in de jeugdzorgsector op gesprekken her en der in den lande met jeugdzorginstellingen. Vonk wijt het verloop grotendeels aan het feit dat medewerkers in de jeugdhulpverlening vaak niet over de juiste aangeboren eigenschappen beschikken om dat werk te doen.

Handicap

Vonk: ‘De neiging om anderen te willen helpen is datgene wat veel mensen aantrekt aan werken in de jeugdhulpverlening. Tegelijkertijd is, paradoxaal gezien, een sterk ontwikkelde hulpvaardigheid de grootste handicap van veel hulpverleners. Een sterk leiderschapsvermogen is bijvoorbeeld cruciaal voor dit vak en dat ontbreekt vaak. Zelfkennis en training zijn essentieel om jeugdhulpverleners beter uit te rusten, de kwaliteit van zorg te verbeteren en het miljoenen kostende verloop terug te brengen.’

Plezier
Vonk beschrijft zeven kerncompetenties waarover iedereen in de jeugdhulpverlening in meerdere of mindere mate zou moeten beschikken. Of mensen deze eigenschappen al dan niet in huis hebben, is eenvoudig te toetsen met een online test die Vonk onlangs ontwikkelde. Doel is vooral inzicht te krijgen in waarom opvoeders zich gedragen zoals ze doen, zodat ze gericht vorm kunnen geven aan hun persoonlijke ontwikkeling. Zo is het volgens hem heel belangrijk dat mensen met een van nature grote hulpvaardigheid dit expliciet weten en het herkennen als valkuil. Het is eenvoudig deze mensen zodanig te trainen dat ze zich heel bewust anders gedragen dan ze van nature geneigd zijn. Daarmee zijn ze de cliënt beter van dienst en houden ze plezier in hun werk.  

Zeven kerncompetenties
Vonk onderscheidt zeven kerncompetenties voor jeugdhulpverleners:
Empathie: Het vermogen om signalen op te pikken en je te kunnen verplaatsen in de gevoelens en gedachten van anderen.
Vechtlust: Het vermogen en de natuurlijke neiging om je positie temidden van anderen te durven bevechten als belangentegenstellingen op strijd dreigen uit te lopen. Mensen en kinderen voelen zich veilig bij mensen die dit vermogen hebben.
Zelfkritiek: Het vermogen om je eigen aandeel te zien in zaken die niet geheel naar wens of verwachting verlopen en om daar lering uit te trekken.
Sturend vermogen: Het vermogen om leiding te nemen. Mensen met dit vermogen hebben natuurlijk gezag en autoriteit en nemen als vanzelf beslissingen voor een groep.
Beperkte hulpvaardigheid: Het vermogen om de hulpvraag van de ander waar te nemen en hiernaar te handelen, zonder de verantwoordelijkheid ervoor over te nemen. Mensen met dit vermogen stellen daarbij het versterken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid centraal. Consequent:Ofwel ‘afspraak-is-afspraak’. Hiermee wordt het vermogen bedoeld om zich te verbinden aan in gezamenlijkheid gemaakte afspraken en structuren die voortkomen uit (behandel-/begeleidings-) doelen, plannen en methoden.
Samenwerken: Het vermogen om gezamenlijke belangen en resultaten ‘leidend’ te maken, zowel in het eigen handelen als in het handelen van samenwerkingspartners, om zodoende bij te dragen aan heldere communicatie en aan optimale inzet van betrokken partijen.

Verschillen per functie
De mate waarin jeugdhulpverleners deze eigenschappen nodig hebben, verschilt volgens Vonk per functie en de groep waarmee ze werken. ‘Zo zal iemand met een hoge natuurlijke hulpvaardigheid zich prima thuis voelen in een “verzorgende” rol en uitstekend voor de allerkleinsten kunnen zorgen. Als diezelfde persoon pubers begeleidt, is die hoge hulpvaardigheid ineens een handicap. Hij of zij moet zich namelijk beperken tot het geven van een advies of een instructie: “ik zal jou vertellen hoe jij jouw eigen probleem op kan lossen, maar je gaat het wel zelf doen.”’

Betrouwbaar
’Nergens anders dan in de jeugdzorg geldt zo nadrukkelijk de stelling dat je zelf je belangrijkste instrument bent. Daarom is het in deze sector ook zo belangrijk om te weten wie je bent, je talenten en je valkuilen te kennen. Tegelijkertijd zijn in de jeugdzorg erg weinig middelen beschikbaar om hiervoor goede instrumenten in te zetten’, aldus Peter Vonk. Vonk ontwikkelde daarom een online competentie-analyse-instrument, waarmee de zeven competenties volgens hem snel, goedkoop en toch zeer valide en betrouwbaar gemeten kunnen worden. www.vonkcompetentieexpertise.nl

Verkeerde competenties
Vonk zweert bij de zeven kerncompetenties die door hem zijn onderscheiden. Veel jeugdhulpverleningsinstellingen hanteren andere competenties op verkeerde gronden, meent hij. ‘Wij hebben als competentie integriteit, wordt er dan bijvoorbeeld gezegd. Maar dat is geen competentie. Iemand is of integer, of hij is het niet en dan moet je hem of haar niet aannemen.’

Opleidingen
Vonk zou toejuichen als de test ook aan de start van bijvoorbeeld een de SPH-opleidingen zou worden gebruikt. Niet als selectie-instrument maar als hulpmiddel om studenten als het ware op maat door de opleiding te loodsen.


Naar homepage


Olaf Stomp,

Relevante categorieën:

SPH |